Compendium voor de Leefomgeving
467 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Natuurlijke hulpbronnen

Visvangst in de Noordzee, 1990-2001

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.
    1990 1995 1999 2000 2001
 
  miljoen kg
Tong TAC 25 28 22 22 19
  Totale vangst (alle landen) 35,1 30,5 23,4 22,5 .
  Gerapporteerde Nederlandse vangst 18,2 20,9 16,3 15,3 .
 
Schol TAC 180 115 102 97 78
  Totale vangst (alle landen) 156 98 81 83 .
  Gerapporteerde Nederlandse vangst 79 44 38 35 .
 
Haring TAC1) 415 440 295 301 301
  Totale vangst (alle landen)2) 645 639 372 372 364
  Gerapporteerde Nederlandse vangst1) 71 78 54 54 52
 
Kabeljauw TAC3) 126 140 151 93 56
  Totale vangst (alle landen)4) 125 136 96 71 .
  Gerapporteerde Nederlandse vangst 8,4 11,2 9,1 6,0 .
 
Bron: ICES. CBS/MC/okt02
TAC = Total Allowable Catch; de uit biologisch oogpunt verantwoorde vangst.
1) Inclusief Oostelijk Kanaal.
2) Inclusief Oostelijk Kanaal, Skagerrak en Kattegat.
3) Inclusief Skagerrak.
4) Inclusief Oostelijk Kanaal en Skagerrak.

Relevantie

De omvang, voortplanting en sterfte van de vispopulaties wordt jaarlijks in de diverse visgebieden onder auspiciën van de Internationale Raad voor Onderzoek der Zee (ICES) geschat. Op basis van deze inventarisaties stellen visserijbiologen een prognose op voor de toekomstige ontwikkeling van de visbestanden, waarna de grenzen bepaald worden voor een uit biologisch oogpunt verantwoorde vangst: total allowable catch (TAC). Om overbevissing te voorkomen is het van belang dat de vangst door alle EU-landen tezamen niet uitstijgt boven de TAC.

Methodiek haring en kabeljauw

Bij haring en kabeljauw omvatten de gegevens naast de Noordzee ook enkele aangrenzende kleine visgebieden. De keuze van deze visgebieden wordt bepaald door de biologie van de betreffende vissoorten. Zo bevindt zich de Noordzee-haring (een populatie die in het najaar paait: najaarspaaiers) in de Noordzee en het Oostelijk Kanaal. Een deel van het jaar is zij aanwezig in het Skagerrak. In het Skagerrak en Kattegat bevinden zich twee haringpopulaties (respectievelijk voorjaars- en najaarspaaiers) die in het biologisch onderzoek aan de vispopulaties tezamen genomen worden. De gebiedsindeling bij kabeljauw is zo gekozen dat we te maken hebben met één populatie. Bij zowel haring als kabeljauw zijn de gegevens over de TAC en de totale vangst (alle EU-landen) niet geheel vergelijkbaar doordat de visgebieden waar deze parameters betrekking op hebben niet gelijk zijn. Dit wordt met name veroorzaakt door het feit dat indeling die gebruikt wordt voor het biologisch populatie-onderzoek niet aansluit bij de administratieve indeling zoals die door de EC gehanteerd wordt bij de bepaling van de TAC's.Omdat de Nederlandse vloot niet in het Skagerrak en Kattegat op haring vist, betreft de Nederlandse vangst van deze soort alleen de Noordzee en het Oostelijk Kanaal.

Referenties

  • ICES (2001). Report of the ICES Advisory Committee on Fishery Management 2001. International Council for the Exploration of the Sea, Cooperative Research Report nr. 246, Kopenhagen.
  • ICES (2002). Report of the ICES Advisory Committee on Fishery Management May 2002. International Council for the Exploration of the Sea, Kopenhagen.

Relevante informatie

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2002). Visvangst in de Noordzee, 1990-2001 (indicator 0074, versie 03 , 25 september 2002 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.