Compendium voor de Leefomgeving
472 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Afval

Afval van huishoudens per inwoner, 1950-2005

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Door de toegenomen welvaart is de hoeveelheid huishoudelijk afval per inwoner de afgelopen vijftig jaar bijna verviervoudigd. Ook de samenstelling van het afval is sterk veranderd.

Na 2000 nog maar beperkte groei

De hoeveelheid huishoudelijk afval per inwoner is sinds 1950 bijna verviervoudigd. Na een sterke toename in de jaren negentig is de groei van de hoeveelheid afval sinds 2000 minder. In 2003 is er zelfs een lichte daling van de hoeveelheid t.o.v. het jaar ervoor. Deze daling heeft zich echter in de jaren daarna niet voortgezet.
De samenstelling van het afval is tussen 1950 en 2004 sterk veranderd. Zo bestond het afval tot in de jaren zestig voor een deel uit relatief zwaar kolenas. Door de sterke toename van de hoeveelheid (lichte) kunststoffen in het afval is de toename in volume groter dan de hier weergegeven gewichtstoename.

Hoeveelheid afval ontwikkelt zich parallel aan economie

Er lijkt een verband te bestaan tussen de hoeveelheid afval en de ontwikkeling van de economie. In de afgelopen vijftig jaar zijn een aantal periodes geweest waarin de hoeveelheid afval weinig of niet is gegroeid (o.a. oliecrisis begin jaren zeventig, recessie in de jaren tachtig). Ook is zichtbaar dat tijdens de economische groei van de jaren zestig en de tweede helft van de jaren negentig de hoeveelheid afval toeneemt. De laatste jaren, waarin de economie minder goed draait, neemt de hoeveelheid afval minder snel toe dan in de jaren negentig.

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Technische toelichting

Definities van de genoemde afvalstromen en informatie over de wijze waarop bovenstaande gegevens tot stand zijn gekomen zijn te vinden in het artikel Statistiek gemeentelijk afval; opzet van het onderzoek (CBS, 2004)De gegevens over huishoudelijk afval in het Milieu- en Natuurcompendium wijken af van die het CBS publiceert in de databank StatLine (CBS, 2006). Dit verschil komt door:

  • Het afval dat door derden is ingezameld.Dit afval (vooral wit- en bruingoed dat via de detailhandel is ingezameld en oud papier en karton) is wel in het Milieu- en Natuurcompendium inbegrepen maar niet in de cijfers in de StatLine-publicatie.
  • Het verbouwingsafval (onder andere puin, hout, metalen en vlakglas).Al het door gemeenten ingezamelde verbouwingsafval wordt meegeteld in de StatLine-publicatie. Voor het bepalen van de cijfers in het Milieu- en Natuurcompendium is maar een deel van dit verbouwingsafval toegedeeld aan het afval van huishoudens. Reden daarvoor is dat een deel van dit afval eigenlijk bedrijfsafval is, vooral afkomstig van aannemersbedrijven. In het verleden is tussen het RIVM en CBS afgesproken dat 50% van het verbouwingsafval aan het huishoudelijk afval wordt toegerekend. In het onderzoek over 2003 is navraag gedaan naar het acceptatiebeleid van verbouwingsafval van bedrijven door gemeenten. Daaruit bleek dat gemiddeld ongeveer 15% van het door de gemeenten ingezameld verbouwingsafval afkomstig is van bedrijven. Dit is beduidend minder dan de 50% die tot nu toe werd gehanteerd. Gezien dit verschil is in overleg tussen het Ministerie van VROM, Uitvoering Afvalbeheer en het CBS afgesproken om met terugwerkende kracht dit percentage te laten zakken van 50% naar 15%. Voor 2000 en eerder wordt het oude percentage van 50% gehanteerd. In 2001, 2002 en 2003 daalt dit percentage naar respectievelijk 40%, 30% en 20%. Voor 2004 en later wordt 15% van het verbouwingsafval niet aan het huishoudelijk afval toegerekend.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2006). Afval van huishoudens per inwoner, 1950-2005 (indicator 0144, versie 08 , 21 juli 2006 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.