Lokale leefomgeving

Radonconcentraties in woningen, 1930-2005

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

In woningen gebouwd na 1980 is de radonconcentratie gemiddeld 50% hoger dan in woningen van vóór 1970. Door toevoeging van relatief 'radonrijke' nieuwbouwwoningen neemt de gemiddelde radonconcentratie in de woning sinds 1970 voortdurend toe tot circa 24 Bq/m³ in 2005.

Radonconcentratie in nieuwbouwwoningen toegenomen

Vanaf 1970 treedt een duidelijke toename van de radonconcentratie in nieuwbouwwoningen op, vergeleken met woningen die voor 1970 zijn gebouwd. De toename van de radonconcentratie binnenshuis wordt veroorzaakt doordat meer radon vrijkomt uit de huidige bouwmaterialen en doordat nieuwbouwwoningen steeds beter worden geïsoleerd. Hierdoor wordt de lucht in woningen minder vaak ververst.
Radon ontstaat uit radium dat van nature voorkomt in de bodem. Ook uit bouwmaterialen die klei, zand of grind - en daarom ook radium - bevatten, kan radon vrijkomen.

Effecten van radon op de volksgezondheid

Voor een inwoner van Nederland bepalen de edelgassen radon (222Rn) en thoron (220Rn) ongeveer 30% van de jaarlijkse Stralingsdosis per bron . Thoron draagt aan deze dosis voor circa 1/10 bij. Bewoners worden blootgesteld via inademen van vervalproducten van radon en door externe straling afkomstig van bouwmaterialen.

  • De gemiddelde individuele dosis door inademen van vervalproducten van radon bedroeg in 2004 circa 700 microsievert. Deze dosis veroorzaakt in Nederland ongeveer 800 sterfgevallen per jaar.
  • De gemiddelde individuele dosis door uitwendige straling vanuit bouwmaterialen bedroeg in 2000 circa 280 microsievert. Deze dosis komt overeen met ongeveer 220 sterfgevallen in Nederland op jaarbasis. Deze dosis zal in de laatste jaren niet wezenlijk zijn veranderd.

Radonbeleid

Beleidsvoornemen van de rijksoverheid is de gemiddelde radonconcentratie en de bijdrage aan de dosis door externe straling binnenshuis te handhaven op het huidige niveau. In eerste instantie was hiervoor de stralingsprestatienorm ontwikkeld (Van der Graaf et al., (2001)). Deze legt voor nieuwbouwwoningen een maximum vast voor de blootstelling van de bewoner aan straling afkomstig van bouwmaterialen en radon. Deze norm is echter verlaten en vervangen door een tiental afspraken met de bouwwereld. De belangrijkste zijn:

  • Een standstill van straling in de woning (door zowel radoninhalatie als externe straling van bouwmaterialen).
  • Een resultaatverplichting om bouwmaterialen periodiek te onderzoeken op hun bijdrage aan de dosis door externe straling.
  • Ontwikkelen van methoden om exhalatie van radon te verminderen.
  • Stimuleren van succesrijke ventilatiesystemen.
  • Bevorderen dat bewoners hun woning effectief ventileren (Postbus 51).


Of deze afspraken het beleidsvoornemen van de overheid kunnen realiseren, wordt door radon en ventilatie surveys getoetst. Een eerste survey voor het vaststellen van de uitgangspositie met betrekking tot radon en ventilatie is inmiddels door RIVM opgestart. Uitgebreide informatie over radon en de lopende survey staat op de themasite radon.

Referenties

  • Van der Graaf, E.R., L.E.J.J. Schaap, G. Bosmans (2001). Radiation performance index for Dutch dwellings: consequences for some typical situations, The Science of The Total Environment 272(1-3): 151-158

Relevante informatie

Technische toelichting

Technische toelichting

De grafiek bevat twee lijnen: de gemiddelde radonconcentratie voor alle woningen in Nederland en de gemiddelde radonconcentratie voor de woningen die in perioden van tien jaar (1950-1960, 1960-1970, etc.) zijn gebouwd. Het landelijke gemiddelde tot 1994 is gebaseerd op metingen. Voor de volgende jaren zijn schattingen gemaakt, ervan uitgaande dat in nieuwbouw dezelfde gemiddelde concentratie heerst als in woningen gebouwd in de laatste gemeten jaren. Doordat het percentage relatief 'radonrijke' nieuwbouwwoningen toeneemt en er vooral bij de oudere bestaande bouw afbraak plaatsvindt, is er een lichte toename in de gemiddelde radonconcentratie over het gehele woningbestand. Of de toename ook werkelijk plaatsvindt, zal in de komende tijd uit de nieuwe surveys moeten blijken.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2006). Radonconcentraties in woningen, 1930-2005 (indicator 0312, versie 07 , 24 oktober 2006 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.