Klimaatverandering

Emissie broeikasgassen in Europa, 1990-2003

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

De emissie van broeikassen in de 15 EU-landen van voor de uitbreiding van de Europese Unie is in de periode 1990-2003 met 1,3 % afgenomen.

Ontwikkeling Europese broeikasgasemissies tussen 1990 - 2003

De emissie van broeikasgassen in de EU-15, dat is de Europese Unie van voor de uitbreiding, is in de periode 1990 - 2003 met 1,3 % afgenomen. De afname van de emissies van methaan (CH4, -24%) en lachgas (N2O, -18%) compenseert ruimschoots de toename van de emissies van koolstofdioxide (CO2, +3,4%) en van fluorhoudende broeikasgassen (+19%).
De emissie van koolstofdioxide draagt voor 82% bij aan de totale emissie van broeikasgassen in de EU-15 in 2003. Daarnaast dragen methaan, lachgas en de fluorhoudende broeikasgassen 8,3%, 8,2 % respectievelijk 1,5% bij aan de totale broeikasgasemissie.

Ontwikkeling in de periode 2002 - 2003

In 2003 zijn de broeikasgasemissies in de EU-15 met 1,3 % toegenomen ten opzichte van 2002. Deze stijging komt onder andere door de toename van het gebruik van kolen bij de elektriciteitsproductie.
Deze toename is een gevolg van een hogere elektriciteitsconsumptie en een gelijkblijvende productie van elektriciteit die is opgewekt met waterkracht en nucleaire installaties. Daarnaast zijn de broeikasgasemissies van de huishoudens en de dienstensector toegenomen. Dit vindt deels zijn oorzaak in het koude weer in het eerste kwartaal van 2003.
De emissies van broeikasgassen in Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk zijn in 2003 met 0,3%, 0,5% respectievelijk 1,1 % toegenomen. Deze drie landen hebben de grootste uitstoot in de EU-15 met een gezamenlijk aandeel van 53% in 2003 (EEA, 2005).

Beleid

De Europese Unie heeft in het Kyoto-protocol afgesproken om de emissie van broeikasgassen gemiddeld over alle EU-landen met 8% te reduceren in de periode 2008-2012 ten opzichte van 1990. In tegenstelling tot een jaar geleden lijkt de EU-15 het doel van het Kyoto-protocol in 2010 nu wel te gaan halen. Dit komt door twee belangrijke wijzigingen. In de eerste plaats wordt een lagere uitstoot van broeikasgassen door de EU-15 verwacht, doordat er extra maatregelen ingevoerd gaan worden. In de tweede plaats is de verwachting dat meer landen concrete stappen gaan nemen om emissierechten van buiten de EU aan te kopen. Hierbij dient te worden opgemerkt, dat Nederland een groot deel aan buitenlandse reducties via de zogenaamde Klimaatverandering: beleid ter vermindering van broeikasgasemissies wil aankopen.
De emissies van de broeikasgassen koolstofdioxide, methaan, lachgas en de fluorhoudende gassen zijn onderdeel van het Klimaatverdrag en het Kyoto-protocol van de Verenigde Naties. Deze verdragen hebben als doel het vroegtijdig vermijden van menselijke beïnvloeding van het klimaat door het stabiliseren van de concentraties van broeikasgassen in de atmosfeer. De waargenomen opwarming van de aarde over de afgelopen 50 jaar is waarschijnlijk grotendeels het gevolg van het door de mens veroorzaakte broeikaseffect.

Methodiek

De EU-15 landen leveren jaarlijks de landelijke emissie-inventarisatie aan bij de Europese Unie. De totale emissie van broeikasgassen is de directe som van de 15 landelijke inventarisaties.
De omvang van de broeikasgasemissies wordt vastgesteld volgens de voorschriften van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC, 1996 + revisies). De emissie van koolstofdioxide is de werkelijke jaarlijkse uitstoot - dus niet temperatuurgecorrigeerd - en is exclusief de vastlegging van koolstofdioxide in biomassagroei. Internationale emissies van lucht- en scheepsvaart worden door EU-landen ook gerapporteerd. Dit gebeurt weliswaar volgens de IPCC-richtlijn, maar dan als een aparte categorie die niet tot het EU totaal gerekend wordt.
Zie ook Verschillen tussen CO2-emissie totalen verklaard, 1990-2019 voor een uitgebreide toelichting op de verschillende methoden voor het vaststellen van de emissie van koolstofdioxide.

Referenties

Relevante informatie

  • Informatie over de officieel door landen gerapporteerde broeikasgasemissies is te vinden bij het VN-Klimaatsecretariaat, dat de gegevens verzameld over de uitvoering van het VN Klimaatverdrag (UNFCCC) en het Kyoto-Protocol.
  • Informatie over de toekomstige mondiale ontwikkelingen zijn te vinden in de Global Environmental Outlook 3, waaraan ook het MNP heeft meegewerkt.
  • De referentiedatabase EDGAR met wereldwijde emissies van broeikasgassen voor de periode 1970-2000 is te vinden op de website van het MNP.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2005). Emissie broeikasgassen in Europa, 1990-2003 (indicator 0434, versie 03 , 1 november 2005 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.