Klimaatverandering

Emissie broeikasgassen in Europa (EU-15), 1990-2006

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

De emissie van broeikasgassen in de 15 EU-landen van voor de uitbreiding van de Europese Unie is tussen 1990 en 2006 met 2,2% afgenomen. In 2006 daalde de emissie met 0,8% ten opzichte van 2005.

Uitstoot Europese broeikasgassen gedaald in 2006

De uitstoot van broeikasgassen in de 15 landen van de Europese Unie (EU-15) die een gezamenlijke verplichting hebben volgens het Kyoto Protocol, nam in 2006 af met 0,8 % ten opzichte van 2005 (EEA, 2008). Ook in 2005 daalde de emissie al met 0,8% ten opzichte van het voorgaande jaar. Uit het feit dat de emissies voor het tweede achtereenvolgende jaar dalen kunnen echter nog geen conclusies worden getrokken over de te verwachten emissieontwikkeling voor een langere periode.

Oorzaken van de daling van de uitstoot van broeikasgassen in 2006

De totale broeikasgasuitstoot is een optelsom van de emissies van koolstofdioxide (CO2), methaan (CH4), distikstofoxide (N2O) en fluorhoudende gassen (F-gassen). De belangrijkste oorzaken voor de daling tussen 2005 en 2006 waren per broeikasgas:

  • CO2-emissies van huishoudens en de dienstensector namen met 2,9% af, vooral in Frankrijk, Italië en het Verenigd Koninkrijk. De belangrijkste reden hiervoor was de relatief zachte winter (minder koud stookseizoen).
  • CO2-emissies van de raffinaderijen namen af met 4,5%, vooral in Italië en het Verenigd Koninkrijk.
  • N2O-emissies bij de productie van salpeterzuur namen met 16,3% af, vooral in Duitsland door een lagere productie.
  • N2O-emissies bij de productie van adipinezuur namen met 43,6% af, door maatregelen bij Italiaanse producenten.


Frankrijk en Italië droegen het meeste bij aan de afname in 2006. Ook Nederland leverde een substantiële bijdrage aan de daling. Voor meer informatie over de Nederlandse broeikasgasemissies, zie:

Toename CO2-emissies van bij elektriciteitsbedrijven en HFK-emissies in 2006

Naast de bovengenoemde afnames in broeikasgasemissies tussen 2005 en 2006, zijn er ook toenames te melden:

  • CO2-emissies van de elektriciteitproductiesector namen met 0,6% toe tussen 2005 en 2006, vooral in Denemarken, Finland en het Verenigd Koninkrijk. In Denemarken en Finland was dit het gevolg van meer inzet van kolen en lagere import van elektriciteit. In Finland was de belangrijkste reden de daling van de elektriciteitsproductie door waterkrachtcentrales. En in het Verenigd Koninkrijk nam de emissie toe doordat er meer kolen en minder gas werd gebruikt voor de elektriciteitsproductie.
  • HFK-emissies door koeling en airconditioning namen met 8,1% toe.

Uitstoot Europese broeikasgassen gedaald tussen 1990 en 2006

De uitstoot van broeikasgassen in de EU-15 is in de periode 1990 - 2006 met 2,2% afgenomen. Ten opzichte van het basisjaar lagen de emissies 2,7% lager (EEA, 2008).Voor de broeikasgassen koolstofdioxide (CO2), lachgas (N2O) en methaan (CH4) is het basisjaar 1990. Voor de fluorhoudende gassen (F-gassen) is het basisjaar 1995 voor alle lidstaten, behalve Oostenrijk, Italië en Frankrijk die 1990 als basisjaar hebben gekozen.

Oorzaken van afname broeikasgasemissies tussen 1990 en 2006

In de periode 1990 tot 2006 compenseerden de afname van de CH4-emissies (-30%) en van N2O (-22%) ruimschoots de toename van de CO2-emissies (+3,7%) en van de gefluorideerde gassen (F-gassen, +23%). De belangrijkste reden voor de toename van de CO2-emissie was het groeiende wegverkeer. De afname van de CH4-emissies is vooral het gevolg van reducties bij stortplaatsen en kolenmijnen. De N2O-emissies daalden vooral door de reductiemaatregelen bij de productie van adipinezuur.

Doelstelling Europese broeikasgassen volgens het Kyoto-protocol

De Europese Unie heeft in het Kyoto-protocol afgesproken om de emissie van broeikasgassen gemiddeld over alle EU-15-landen met 8% te reduceren in de periode 2008-2012 ten opzichte van 1990. In tegenstelling tot een jaar geleden lijkt de EU-15 het doel van het Kyoto-protocol in 2010 nu wel te gaan halen. Dit komt door twee belangrijke wijzigingen. In de eerste plaats wordt een lagere uitstoot van broeikasgassen door de EU-15 verwacht, doordat er extra maatregelen ingevoerd gaan worden. In de tweede plaats is de verwachting dat meer landen concrete stappen gaan nemen om emissierechten van buiten de EU aan te kopen. Nederland is één van de landen die een deel van hun reductieverplichtingen via aankoop van buitenlandse reducties via de zogenaamde Kyoto-mechanismen realiseren.


De emissies van de broeikasgassen koolstofdioxide, methaan, lachgas en de fluorhoudende gassen zijn onderdeel van het Klimaatverdrag en het Kyoto-protocol van de Verenigde Naties. Deze verdragen hebben als doel het vroegtijdig beperken van menselijke beïnvloeding van het klimaat door het stabiliseren van de concentraties van broeikasgassen in de atmosfeer. De waargenomen opwarming van de aarde over de afgelopen 50 jaar is waarschijnlijk grotendeels het gevolg van het door de mens veroorzaakte broeikaseffect.

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Broeikasgasemissies Europa (EU-15)

Omschrijving

Emisies van broeikasgassen in Europa, van de 15 landen van de Europese Unie (EU-15) die een gezamenlijke verplichting hebben volgens het Kyoto Protocol

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving, data van het EEA

Berekeningswijze

De EU-15 landen leveren jaarlijks de landelijke emissie-inventarisatie aan bij de Europese Unie. De totale emissie van broeikasgassen is de directe som van de 15 landelijke inventarisaties.
De omvang van de broeikasgasemissies wordt vastgesteld volgens de voorschriften van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC, 1996 + revisies). De emissie van koolstofdioxide is de werkelijke jaarlijkse uitstoot - dus niet temperatuurgecorrigeerd - en is exclusief de vastlegging van koolstofdioxide in biomassagroei. Internationale emissies van lucht- en scheepsvaart worden ook door EU-landen gerapporteerd. Dit gebeurt weliswaar volgens het IPCC-richtsnoer, maar dan als een aparte categorie die niet tot het EU totaal gerekend wordt en deze emissies worden niet gereguleerd in het Kyoto Protocol.
Verschillen tussen CO2-emissie totalen verklaard, 1990-2019

Basistabel

EEA website, 'CRF tables'

Geografisch verdeling

Europa, de 15 landen die een gezamenlijke verplichting hebben volgens het Kyoto Protocol)

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks in juni

Achtergrondliteratuur

EEA (2008). Annual European Community greenhouse gas inventory 1990-2006 and inventory report 2008. EEA Technical report No 6/2008, EEA, Kopenhagen.

Betrouwbaarheid

Voor informatie over onzekerheden, zie paragraaf 1.7 in EEA (2008). Annual European Community greenhouse gas inventory 1990-2006 and inventory report 2008. EEA Technical report No 6/2008, EEA, Kopenhagen.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2008). Emissie broeikasgassen in Europa (EU-15), 1990-2006 (indicator 0434, versie 06 , 19 juni 2008 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.