Klimaatverandering

Emissie broeikasgassen in Europa, 1990-2009

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

In 2009 nam de Europese uitstoot van broeikasgassen met maar liefst 7% af door de economische crisis (voorlopige cijfers). De emissie van broeikasgassen in de 15 EU-landen van voor de uitbreiding van de Europese Unie nam tussen 1990 en 2008 met 6,5% af. De broeikasgasemissie van alle EU-landen (EU-27) nam in die periode af met 11,3%.

Sterke afname broeikasgasemissies in 2009 door de economische crisis

Als gevolg van de economische crisis nam in 2009 de uitstoot van de broeikasgassen in de EU-15 en die van de EU-27 met maar liefst 7% af ten opzichte van 2008. De cijfers over 2009 zijn gebaseerd op voorlopige energie- en productiegegevens van de lidstaten en op berekeningen door het Europees Milieuagentschap (EAA). De definitieve cijfers komen rond mei 2011 beschikbaar. Door de crisis liggen de emissies van de EU-27 ruim 17 procent onder het niveau van 1990. De emissies van de EU-15 liggen bijna 13% onder het niveau van het basisjaar, voor het eerst onder de Kyoto-doelstelling voor de EU-15 van 8% reductie (EEA, 2010b).

Uitstoot Europese broeikasgassen gedaald in 2008

De uitstoot van broeikasgassen in de 15 landen van de Europese Unie (EU-15) die een gezamenlijke verplichting hebben volgens het Kyoto Protocol, nam in 2008 af met 1,9 % ten opzichte van 2007 (EEA, 2010a). De uitstoot van alle Europese landen (EU-27) nam met 2,0% af (definitieve cijfers).

Oorzaken van de daling van de uitstoot van broeikasgassen in 2008 (EU-15)

De totale broeikasgasuitstoot in CO2-equivalenten is een optelsom van de emissies van koolstofdioxide (CO2), methaan (CH4), distikstofoxide (N2O) en fluorhoudende gassen (F-gassen). De hier gepresenteerde emissies zijn exclusief temperatuurcorrectie, CO2 van verbranding van biomassa, verandering landgebruik en bos (LULUCF) en internationale bunkers. De belangrijkste oorzaken voor de daling tussen 2006 en 2007 in de EU-15 waren per broeikasgas:

  • CO2-emissies van de energiesector namen met 6% af. Spanje en Duitsland droegen het meeste bij aan deze reductie. In Spanje werd minder kolen ingezet voor de electriciteitsopwekking, terwijl in Duitsland de opwekking van elektriciteit door conventionele elektriciteitscentrales daalde en nucleaire opwekking van elektriciteit verhoogd.
  • CO2-emissies van wegverkeer namen met 2,9% af. Alle EU-15-landen, behalve de Benelux rapporteerden een daling van de emissies. De grootste reducties werden gerapporteerd door Frankrijk, Spanje, Italië en het Verenigd Koninkrijk.
  • Lagere CO2-emissies uit de industrie (exclusief de ijzer- en staalindustrie) voornamelijk in het Verenigd Koninkrijk, Spanje, Italië (mede door een sterke toename van het gebruik van biobrandstoffen) en Duitsland.
  • Afname van N2O-emissies (-30%) door technische maatregelen bij de productie van salpeterzuur in Nederland.
  • Lagere broeikasgasemissies van de ijzer- en staalsector, vooral in Duitsland, Frankrijk en Italië.


Naast de bovengenoemde afnames van broeikasgasemissies tussen 2007 en 2008 in de EU-15, zijn er ook toenames te melden:

  • CO2-emissies van huishoudens en de dienstensector namen met 8,2% toe, vooral door toenames in Duitsland en Frankrijk.
  • HFK-emissies door koeling en airconditioning namen met 5,4% toe. Frankrijk, Italië, Duitsland en Griekenland melden de grootste toename.


Voor meer informatie over de Nederlandse broeikasgasemissies, zie:

Uitstoot Europese broeikasgassen gedaald tussen 1990 en 2008 (EU-15)

De uitstoot van broeikasgassen in de EU-15 is in de periode 1990 - 2008 met 6,5% afgenomen. Ten opzichte van het basisjaar lagen de emissies 6,9% lager (EEA, 2010).Voor de broeikasgassen koolstofdioxide (CO2), lachgas (N2O) en methaan (CH4) is het basisjaar 1990. Voor de fluorhoudende gassen (F-gassen) is het basisjaar 1995 voor alle lidstaten, behalve Oostenrijk, Italië en Frankrijk die 1990 als basisjaar hebben gekozen.

Oorzaken van afname broeikasgasemissies tussen 1990 en 2008 (EU-15)

In de periode 1990 tot 2008 daalden de CH4-emissies met 31%, N2O met 29% en de CO2-emissies met 1%. De gefluorideerde gassen (F-gassen) namen toe met +34% in de EU-15. De belangrijkste reden voor geringe afname van de CO2-emissie was het groeiende wegverkeer. De afname van de CH4-emissies is vooral het gevolg van reducties bij stortplaatsen en kolenmijnen. De N2O-emissies daalden vooral door de reductiemaatregelen bij de productie van adipinezuur en recent van salpeterzuur.

Doelstelling Europese broeikasgassen volgens het Kyoto-protocol

De Europese Unie heeft in het Kyoto-protocol afgesproken om de emissie van broeikasgassen gemiddeld over alle EU-15-landen met 8% te reduceren in de periode 2008-2012 ten opzichte van 1990. Volgens de EEA zijn de EU-15 en alle lidstaten, op Oostenrijk na, op koers om de Kyoto-doelen te halen (EEA, 2010b).


De emissies van de broeikasgassen koolstofdioxide, methaan, lachgas en de fluorhoudende gassen zijn onderdeel van het Klimaatverdrag en het Kyoto-protocol van de Verenigde Naties. Deze verdragen hebben als doel het vroegtijdig beperken van menselijke beïnvloeding van het klimaat door het stabiliseren van de concentraties van broeikasgassen in de atmosfeer. De waargenomen opwarming van de aarde over de afgelopen 50 jaar is waarschijnlijk grotendeels het gevolg van het door de mens veroorzaakte broeikaseffect.

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Broeikasgasemissies Europa (EU-15)

Omschrijving

Emisies van broeikasgassen in Europa van de 15 landen van de Europese Unie (EU-15) die een gezamenlijke verplichting hebben volgens het Kyoto Protocol en van alle lidstaten van de Europese Unie (EU-27) Emissies zijn exclusief temperatuurcorrectie, CO2 van verbranding van biomassa, verandering landgebruik en bos (LULUCF) en internationale bunkers.

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving, data van het EEA

Berekeningswijze

De EU-15 landen leveren jaarlijks de landelijke emissie-inventarisatie aan bij de Europese Unie. De totale emissie van broeikasgassen is de directe som van de 15 landelijke inventarisaties.
De omvang van de broeikasgasemissies wordt vastgesteld volgens de voorschriften van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC, 1996 + revisies). De emissie van koolstofdioxide is de werkelijke jaarlijkse uitstoot - dus niet temperatuurgecorrigeerd - en is exclusief CO2 van verbranding van biomassa, verandering landgebruik en bos (LULUCF). Internationale emissies van lucht- en scheepsvaart worden ook door EU-landen gerapporteerd. Dit gebeurt weliswaar volgens het IPCC-richtsnoer, maar dan als een aparte categorie die niet tot het EU totaal gerekend wordt en deze emissies worden niet gereguleerd in het Kyoto Protocol.
Verschillen tussen CO2-emissie totalen verklaard, 1990-2019

Basistabel

UNFCCC website, zie 'European Community', 'CRF tables'

Geografisch verdeling

Europa, de 15 landen die een gezamenlijke verplichting hebben volgens het Kyoto Protocol) en alle lidstaten (EU-27)

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks in juni

Achtergrondliteratuur

EEA (2010). Annual European Community greenhouse gas inventory 1990-2008 and inventory report 2010. EEA Technical report No 6/2010, EEA, Kopenhagen

Betrouwbaarheid

Voor informatie over onzekerheden, zie paragraaf 1.7 in EEA (2010). Annual European Community greenhouse gas inventory 1990-2008 and inventory report 2010. EEA Technical report No 6/2010, EEA, Kopenhagen

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2011). Emissie broeikasgassen in Europa, 1990-2009 (indicator 0434, versie 08 , 11 januari 2011 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.