Compendium voor de Leefomgeving
463 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Werken en economie

Regionale economische groei, 2013

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

De Nederlandse economie kromp in 2013 met 0,7%. De wintermaanden van 2013 waren bijzonder koud. Vanwege de gaswinning had dit een sterk opwaarts effect op het bbp. Exclusief delfstoffenwinning was het bbp niet met 0,7% maar met 1,0% gekrompen.

Nederlandse economie

De Nederlandse economie bevond zich in 2013 in een periode van aarzelend herstel. In tegenstelling tot 2012 waren er weer kwartalen met groei, al kromp het bbp van het gehele jaar nog met 0,7% ten opzichte van 2012. Regionaal waren er ook in 2013 uiteraard verschillen. Verder terugkijken blijft vanwege de revisie van de nationale rekeningen beperkt tot 2011 en 2012, maar ook hier vallen conclusies uit te trekken. Een van de belangrijkste is dat de economische krimp in Drenthe de voorbije drie jaar het sterkst was. De achterstand van Drenthe, dat toch al het laagste bbp per hoofd heeft, wordt dus groter.

Groningen profiteert van de delfstoffenwinning

De wintermaanden van 2013 waren bijzonder koud. Vanwege de gaswinning had dit een sterk opwaarts effect op het bbp. Exclusief delfstoffenwinning was het bbp niet met 0,7% maar met 1,0% gekrompen. In de noordelijke provincies is het verschil nog veel sterker: zo groeide de provincie Groningen met 4,6% inclusief delfstoffenwinning, maar kromp zij met 1,1% exclusief delfstoffenwinning. Om de vergelijking niet door het gaseffect te laten verstoren, wordt in de provinciale vergelijking hieronder telkens de regionale ontwikkeling exclusief delfstoffenwinning besproken.

In 2013 krimp in alle provincies

Exclusief delfstoffenwinning was er in 2013 in alle provincies sprake van krimp. De krimp was met 1,4% in Overijssel het grootst. In Zeeland en Flevoland was de krimp met respectievelijk 0,5 en 0,6% het kleinst. Bezien over de periode 2011-2013 is Drenthe de laatste jaren het hardst geraakt door de crisis. De Drentse economie lag in 2013 ruim 3% onder het niveau van 2010. De krimp in Drenthe werd op afstand gevolgd door die in Zuid-Holland en Groningen. Lichte groei in deze periode kenden Zeeland, Noord-Holland, Noord-Brabant en Gelderland.
Als de groeicijfers over de voorbije paar jaar worden vergeleken met het bbp per hoofd, dan doen zich een paar opmerkelijke feiten voor. De provincie Drenthe deed het in de periode 2011-2013 het slechtst, terwijl het toch al de provincie met het laagste bbp per hoofd was. De economische ontwikkeling van Friesland, de één na armste provincie, viel de laatste paar jaar juist samen met het landelijk gemiddelde. Van de meest welvarende provincies deden Noord-Brabant en Noord-Holland het goed en behielden dus hun positie. De eveneens welvarende provincies Utrecht en Zuid-Holland presteerden juist beneden hun positie. Zeeland en Gelderland nemen qua welvarendheid een middenpositie in, maar deden het de laatste jaren beter dan gemiddeld.

Krimp in de Coropgebieden

Kijken we dieper in de provincies, naar Corop(-plus-)gebieden, voor de periode 2011-2013 dan vallen de volgende zaken op. Binnen Drenthe, de provincie met de sterkste krimp, deed Noord-Drenthe het het slechtst. Deze regio kromp over de hele periode met gemiddeld 2,0% per jaar. Zuidwest-Drenthe deed het ook landelijk gezien met een gemiddelde groei van 0,7% goed. Wel kende deze regio juist in 2013 een sterke krimp. De provincie die het na Drenthe over de periode 2011-2013 het slechtst deed was Zuid-Holland. Met name agglomeratie 's-Gravenhage, maar ook Oost-Zuid-Holland en Groot-Rijnmond trokken het gemiddelde omlaag. In Utrecht valt de regio West op vanwege een uitzonderlijk sterke krimp. Deze hangt echter samen met een gemeentelijke herindeling, waardoor Breukelen en Loenen zijn overgegaan van regio West-Utrecht naar Stadsgewest Utrecht. De krimp in West-Utrecht is hierdoor geflatteerd. De groei in Stadsgewest Utrecht ook enigszins, maar omdat dit een economisch veel belangrijker gebied is, is het effect hier kleiner.
De provincie Gelderland groeide in de periode 2011-2013 het snelst. Hier deed de Veluwe het het best en het zuidwesten van de provincie het het slechtst. Ook Noord-Brabant deed het als gezegd relatief goed. Dit was vooral te danken aan een behoorlijke groei in Zuidoost-Noord-Brabant. De groei in Noord-Holland wordt vooral getrokken door Groot-Amsterdam. Het Gooi en Vechtstreek deed het in deze provincie het slechtst.

Stadsgewest Utrecht kleinste krimp

Van de vier grote steden inclusief omringende gemeenten deed het stadsgewest Utrecht het in 2013 het minst slecht. De economie kromp hier met 0,6%, iets minder dan het landelijk gemiddelde (exclusief delfstoffenwinning). Ook over de hele periode 2011-2013 deed Utrecht het met een groei van 0,8% het best. Groot-Amsterdam zat hier met een groei van 0,6% dicht tegenaan. De overige twee grootstedelijke gebieden krompen over deze periode en zelfs in elk jaar. De krimp in Rijnmond bedroeg 1,0%, die in de agglomeratie 's-Gravenhage zelfs 2,2%. In 2013 waren de verschillen tussen de vier gebieden overigens vrij gering. Utrecht kromp zoals gezegd met 0,6%, de overige drie met 0,9 à 1,1%.

Referenties

Relevante informatie

  • Meer gegevens over de regionale rekeningen is te vinden in de databank StatLine van het CBS.

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Regionale economische groei, 2013

Omschrijving

Economische groei in dit artikel is de volumemutatie van het bruto binnenlands product (bbp) tegen marktprijzen.

De Regionale economische jaarcijfers sluiten aan bij de Nationale rekeningen jaarcijfers.

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Ilham Malkaoui.

Berekeningswijze

Volumegroei van het bruto binnenlands product (bbp). Het bbp is het eindresultaat van de productieve activiteiten van de ingezeten productie-eenheden. Het is gelijk aan de toegevoegde waarde tegen basisprijzen van alle bedrijfsklassen samen, aangevuld met enkele transacties die niet naar bedrijfsklassen worden verdeeld. De toegevoegde waarde (basisprijzen) per bedrijfsklasse is gelijk aan het verschil tussen de productie (basis-prijzen) en het intermediair verbruik (aankoopprijzen). Het binnenlands product wordt gewaardeerd tegen marktprijzen.

De onverdeelde transacties betreffen het saldo van productgebonden belastingen en subsidies en het verschil toegerekende en afgedragen btw (belasting over de toegevoegde waarde). Het bbp is ook gelijk aan de waarde van het in Nederland gevormde inkomen.

Basistabel

Statlinetabel (CBS): Regionale rekeningen; economische groei.

Statlinetabel (CBS): Macro-economie; kerncijfers, regio.

Statlinetabel (CBS): Regionale rekeningen; kerncijfers.

Geografisch verdeling

Nederland, landsdelen, provincies, COROP-gebieden, COROP-plusgebieden.

Andere variabelen

Statlinetabel (CBS): Investeringen naar type.

Statlinetabel (CBS): Investeringen naar bedrijfstakken.

Statlinetabel (CBS): Productiestructuur.

Statlinetabel (CBS): Transacties van de sector huishoudens.

Statlinetabel (CBS): Regionale rekeningen economische groei.

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks.

Achtergrondliteratuur

Zie voor de korte onderzoeksbeschrijving de toelichting van de regionale rekeningen op de website van het CBS.

CBS (2014). De regionale economie 2013.

Betrouwbaarheidscodering

Het CBS beschrijft de gehele economie en daarvoor worden veel verschillende bronnen gebruikt.

B/C. Schattingen gebaseerd op een groot aantal ((zeer) accurate) metingen, waarbij representativiteit van de gegevens vrijwel volledig dan wel grotendeels gewaarborgd is.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2015). Regionale economische groei, 2013 (indicator 2065, versie 04 , 30 september 2015 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.