Compendium voor de Leefomgeving
472 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Landbouw en ruimte

Bedrijfsgrootte en economische omvang landbouwbedrijven, 2000-2011

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Het totale aantal land- en tuinbouwbedrijven daalt al enkele decennia. Het aantal grote bedrijven is de laatste jaren echter toegenomen van 7.700 in 2000 tot 8.800 in 2011.

Stijging economische omvang van land- en tuinbouwbedrijven

In 2000 waren er nog 97.000 land- en tuinbouwbouwbedrijven. In 2011 is het aantal afgenomen tot 70.000, een daling van 28% in 11 jaar. De gemiddelde economische omvang van de bedrijven, gemeten in de Standaardopbrengst, stijgt gestaag. In 2000 bedroeg de gemiddelde Standaardopbrengst (SO) van een land- en tuinbouwbedrijf 194.000 euro. In 2011 is de gemiddelde SO toegenomen tot 274.000 euro, een stijging van 41%.

Weinig kleine bedrijven in Flevoland, veel grote bedrijven in Zuid-Holland

De verdeling van de economische omvang van alle bedrijven per provincie laat twee opvallende verschillen zien. In de provincie Flevoland komen relatief weinig kleine bedrijven (minder dan 25.000 euro SO) voor. In de provincie Zuid-Holland komen relatief veel grote bedrijven (500.000 euro SO en meer) voor. Onder deze megabedrijven in Zuid-Holland bevinden zich relatief veel glastuinbouwbedrijven.

Bedrijfsgrootte sterk toegenomen

In de periode 2000-2011 is het aantal land- en tuinbouwbedrijven veel meer afgenomen (28%) dan de totale oppervlakte cultuurgrond (6%). In die periode heeft er een flinke schaalvergroting plaatsgevonden. In 2000 hadden land- en tuinbouwbedrijven gemiddeld 20 hectare cultuurgrond. In 2011 is dat gemiddelde 26 hectare geworden, een stijging van 30%. Een soortgelijke schaalvergroting is ook te zien in het gemiddelde aantal dieren per bedrijf.

Bedrijven met veel landbouwgrond vooral in noordelijke provincies

Bedrijven met minimaal 50 hectare landbouwgrond komen vooral voor in de noordelijke provincies Groningen, Friesland, Drenthe en in de provincies Flevoland en Zeeland. Deze zeer grote bedrijven nemen in aantal toe; sinds 2000 is er een stijging van dit aantal met 32%. In Zuid-Holland is bijna de helft van de bedrijven kleiner dan 5 hectare. Een deel van deze bedrijven zijn glastuinbouwbedrijven, die met relatief weinig cultuurgrond toe kunnen. In Flevoland komen nauwelijks bedrijven voor met minder dan 5 hectare cultuurgrond. Flevoland kent weinig glastuinbouw en weinig hobbyboeren.

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Bedrijfsgrootte en economische omvang landbouwbedrijven, 2000-2011

Omschrijving

Vanaf 2010 is de Standaardopbrengst (SO) in gebruik als criterium om de omvang en specialisatiegraad vast te stellen. De definitie van de SO is afgeleid van die van de Standard Output die vanaf dat jaar in Europese statistieken wordt gebruikt. De SO-norm is een gestandaardiseerde opbrengst per ha of per dier die met het gewas of de diercategorie gemiddeld op jaarbasis wordt behaald. Bedrijfstoeslagen en subsidies zijn niet in de opbrengst opgenomen. Ook voor biologische productiemethoden zijn geen aparte normen opgesteld. De SO wordt uitgedrukt in euro.
Voor elke productie-eenheid die (duurzaam) bij de Landbouwtelling wordt gevraagd, is een norm per eenheid bepaald. De totale bedrijfsomvang van een bedrijf wordt berekend als sommatie van de totale SO van alle gewassen en dieren. De opbrengst van de jonge dieren (kalveren, biggen, lammeren, geitjes) is bij de moederdieren meegenomen. Ook gewassen die op het eigen bedrijf worden gebruikt, zoals grasland en snijmaïs, worden in de SO meegenomen.
Zie voor meer informatie Lei / Wageningen UR: SO en NSO typering.
Ontwikkeling van het aantal land- en tuinbouwbedrijven naar economische omvang van 2000-2011. Hierbij worden de bedrijven op basis van economische omvang ingedeeld in klassen: 3.000 tot 25.000 euro SO, 25.000 tot 100.000 euro SO, 100.000 tot 250.000 euro SO, 250.000 tot 500.000 euro SO en 500.000 euro SO of meer.
Verdeling van land- en tuinbouwbedrijven naar economische omvang per provincie in 2011. Hierbij worden de bedrijven op basis van economische omvang ingedeeld in klassen: 3.000 tot 25.000 euro SO, 25.000 tot 100.000 euro SO, 100.000 tot 250.000 euro SO, 250.000 tot 500.000 euro SO en 500.000 euro SO of meer.
Ontwikkeling van het aantal land- en tuinbouwbedrijven naar oppervlakte cultuurgrond van 2000-2011. Hierbij worden de bedrijven op basis van de oppervlakte cultuurgrond ingedeeld in vijf klassen: tot 1 ha, 1 tot 5 ha, 5 tot 10 ha, 10 tot 30 ha en 30 ha en meer.
Verdeling van land- en tuinbouwbedrijven naar oppervlakte cultuurgrond per provincie in 2011. Hierbij worden de bedrijven op basis van de oppervlakte cultuurgrond ingedeeld in vijf klassen: tot 1 ha, 1 tot 5 ha, 5 tot 10 ha, 10 tot 30 ha, 30 tot 50 ha, 50 ha en meer.

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)

Berekeningswijze

Zie CBS-Landbouwtelling

Basistabel

Ontwikkeling van het aantal landbouwbouwbedrijven naar economische omvang, 2000-2011:
Landbouw; economische omvang naar omvangklasse, bedrijfstype

Geografisch verdeling

Nederland, provincies

Andere variabelen

Economische omvang en bedrijfstype

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks. De teeltoppervlaktes van de (geplande) gewassen hebben als peildatum 15 mei van het referentiejaar. Andere gegevens hebben als peildatum 1 april van het referentiejaar.

Achtergrondliteratuur

Zie voor de methodenbeschrijving de tabeltoelichting van de landbouwtellingstabellen op StatLine

Opmerking

De Standaardopbrengst is de maat, waarmee met ingang van 2010 de economische omvang van agrarische activiteiten wordt aangegeven.

Betrouwbaarheidscodering

A (Integrale enquête)

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2012). Bedrijfsgrootte en economische omvang landbouwbedrijven, 2000-2011 (indicator 2122, versie 03 , 12 juni 2012 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.