Specifiek verontreinigende stoffen KRW, 2024

De kwaliteit van het oppervlaktewater op basis van de voor de Nederlandse wateren specifiek verontreinigende stoffen voldoet in minder dan één procent van de waterlichamen aan de norm. Een onvoldoende kwaliteit wordt vaak veroorzaakt door één of enkele stoffen die niet aan de norm voldoen.

Methode beoordeling specifiek verontreinigende stoffen

In de KRW-beoordeling bestaan twee kwaliteitselementen voor toxische stoffen. Ten eerste de chemische kwaliteit, die is gebaseerd op zogeheten ‘prioritaire stoffen’. Dit zijn stoffen die in heel Europa een probleem vormen en waarvoor de normen op Europees niveau worden vastgesteld. Ten tweede de kwaliteit van de zogeheten ‘specifiek verontreinigende stoffen’. Het voorliggende overzicht betreft de specifiek verontreinigende stoffen. De specifiek verontreinigende stoffen worden op de schaal van stroomgebieden aangewezen en momenteel vormen over alle stroomgebieden van Nederland 77 stoffen een probleem. De normen voor deze specifiek verontreinigende stoffen worden dan ook nationaal bepaald. De ecologische kwaliteit van een KRW-waterlichaam is pas goed als ook alle specifiek verontreinigende stoffen aan de normen voldoen. De doelen voor de KRW en dus ook voor de specifiek verontreinigende stoffen moeten in 2027 gehaald worden. In tegenstelling tot de huidige situatie is uitstel na 2027 alleen nog mogelijk als ‘natuurlijke oorzaken’ de oorzaak zijn van het niet halen van de doelen. Zie voor details:

Kwaliteit specifiek verontreinigende stoffen

In minder dan 1 procent van de waterlichamen voldeden in 2024 alle specifiek verontreinigende stoffen aan de norm. In de meeste waterlichamen zijn maximaal zes stoffen normoverschrijdend. Van de 77 stoffen laten 19 stoffen normoverschrijdingen zien in meer dan 1 procent van de waterlichamen. Het gaat hierbij vooral om anorganische verbindingen (metalen en ammonium) en om gewasbeschermingsmiddelen en biociden:

  • Gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt om ziekten, plagen en onkruid in de landbouw te bestrijden. Biociden worden gebruikt voor het bestrijden van schadelijke organismen buiten de landbouw. Van de gewasbeschermingsmiddelen en biociden worden imidacloprid, lambda-cyhalothrin, esfenvaleraat en deltamethrin vaak normoverschrijdend aangetroffen. Lambda-cyhalothrin, esfenvaleraat en deltamethrin zijn in veel oppervlaktewateren bovendien niet-toetsbaar. Dit betekent dat het werkelijk aantal overschrijdingen aanzienlijk groter kan zijn. Volgens berekeningen zijn deze drie insecticiden verantwoordelijk voor 90 procent van de toxiciteit van het oppervlaktewater door gewasbeschermingsmiddelen (CLO 2020), terwijl ze maar 0,1 procent van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen uitmaken. Dit betekent dat de waterkwaliteit effectief kan worden verbeterd door deze stoffen aan te pakken (PBL 2019). Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) heeft deltamethrin op de lijst van stoffen gezet die in aanmerking komen voor herbeoordeling. De andere twee stoffen komen (nog) niet voor herbeoordeling in aanmerking omdat deze geen overschrijdingen laten zien van het minder strenge toelatingscriterium.
  • Van de anorganische verbindingen staan kobalt, seleen, arseen, ammonium en zink bovenaan de lijst van specifiek verontreinigende stoffen. Kobalt wordt onder andere gebruikt in industriële processen waaronder elektroden in batterijen. Seleen is een voedingssupplement voor vee en komt via dierlijke mest in het milieu terecht. Ammonium is een belangrijk bestanddeel van kunstmest. Ook huishoudens en de industrie zijn verantwoordelijk voor de belasting van het oppervlaktewater met ammonium. Seleen komt van nature in de bodem voor, maar komt pas vrij onder invloed van verzuring of ontwatering. Ten slotte heeft zink verschillende bronnen, waaronder rioolwaterzuiveringsinstallaties, verkeer, dakgoten en dierlijke mest. In het stroomgebied Maas is er sprake van historische belasting vanuit de metaalindustrie.
  • PAK’s (polycyclische aromatische koolwaterstoffen) ontstaan bij onvolledige verbranding van organische materialen zoals hout, kolen, olie, gas, afval en tabak. Benzo(a)antraceen en chryseen worden regelmatig aangetroffen. PAK’s kunnen kankerverwekkend zijn. Naast deze stoffen zitten bij de prioritaire stoffen veel PAK’s.

Zie voor een verdere toelichting:

Trend specifiek verontreinigende stoffen

Het aantal waterlichamen met een onvoldoende kwaliteit voor specifiek verontreinigende stoffen is sinds 2015 toegenomen. Dit komt onder andere doordat sinds dat jaar van een aantal stoffen de normen zijn aangescherpt. Het hoeft dus niet per se te betekenen dat de waterkwaliteit daadwerkelijk is verslechterd. In de tussenevaluatie van de KRW is op basis van een kwantitatieve trendanalyse ingeschat of doelbereik mogelijk is. Uit die analyse bleek dat vrijwel alle bovengenoemde stoffen landelijk gemiddeld een dalende trend kennen, maar ook dat deze trend niet voor alle stoffen voldoende is om de doelen in 2027 te halen. Ook bleek dat op individuele meetpunten de trend nog stijgend is, voor sommige stoffen bleek dit op 35 procent van de locaties het geval te zijn. Vanwege het verslechteringsverbod binnen de KRW behoeven deze locaties extra aandacht.

Toxische druk

De lijst met stoffen die onder de KRW zijn gereguleerd is maar een kleine selectie uit het totaal van milieuvreemde stoffen: wereldwijd zijn er naar schatting 350 000 milieuvreemde stoffen in omloop. De chemische stoffen onder de KRW (prioritaire stoffen én specifiek verontreinigende stoffen) tezamen zorgen voor ongeveer 30 procent van de totale toxische druk. De andere 70 procent wordt veroorzaakt door niet in de KRW gereguleerde stoffen. Alle stoffen gezamenlijk zorgen ervoor dat ongeveer 40 procent van de waterorganismen in meer of mindere mate chronische effecten ondervindt door blootstelling aan toxische stoffen. Ongeveer 5 procent van de waterorganismen ondervindt acute effecten, waaronder sterfte. Zie verder:

Overige KRW-indicatoren

Bronnen

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Kwaliteit specifieke verontreinigende stoffen (Nederlandse stroomgebieden) volgens KRW, 2021

Omschrijving

De beoordeling van de kwaliteit van het oppervlaktewater in de KRW is opgebouwd uit een aantal kwaliteitselementen. Hier is een overzicht gepresenteerd van het kwaliteitselement van de specifieke verontreinigende stoffen die op de schaal van de Nederlandse stroomgebieden vaak worden aangertoffen. De gepresenteerde resultaten zijn van de resultaten van 2021 en gebaseerd op data van 2019-2021.

Verantwoordelijk instituut

PBL, auteurs Aaldrik Tiktak & Mascha Rubach, ontwikkelaar Peter van Puijenbroek

Berekeningswijze

De beoordeling is onderdeel van de KRW evaluatie, zoals vastgelegd door de Europese Commissie. EC (2000). Directive 2000/60/EC of the European Parliament and of the Council establishing a framework for community action in the field of water policy. Brussels, European Community.De normen van de KRW voor de stoffen zijn te vinden op: http://www.rivm.nl/rvs/

Basistabel

Beoordeling van de waterlichamen voor alle maatlatten. Gegevens afkomstig van http://www.waterkwaliteitsportaal.nl/, data mei 2022. De beoordelingen hebben betrekking op de meetperiode 2018-2021.

Geografische verdeling

Nederland

Verschijningsfrequentie

Tweejaarlijks

Betrouwbaarheidscodering

C. Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CLO (2025). Specifiek verontreinigende stoffen KRW, 2024 (indicator 1567, versie 06, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.