Compendium voor de Leefomgeving
461 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Water en milieu

Watergebruik in de land- en tuinbouw, 2001-2005

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Watergebruik in de land- en tuinbouw is sterk afhankelijk van de hoeveelheid neerslag die er vooral tijdens het groeiseizoen valt.

Beregening de belangrijkste vorm van gebruik

Beregening is de belangrijkste vorm van verbruik van water in de land- en tuinbouw. Beregening vindt plaats op grasland, in de akkerbouw (aardappelen, suikerbieten en snijmaïs), tuinbouw op de open grond en de glastuinbouw. Verder wordt water gebruikt als reinigingswater en als drinkwater voor de landbouwhuisdieren.
Beregening wordt toegepast in perioden wanneer de vochtvoorraad in de bodem onvoldoende wordt aangevuld door neerslag of vanuit het diepere grondwater. Hoge waterverbruiken zijn over het algemeen toe te schrijven aan het droge groeiseizoenen. Een voorbeeld hiervan was 2003 met alleen mei aan de natte kant; februari, maart, juni, juli en augustus waren te droog.

Referenties

  • LEI (2007). Bedrijven-Informatienet. Landbouw-Economisch Instituut, Den Haag.
  • Veen, H. van der, H. Vrolijk (2007) Waterverbruik in de argrarische sector. Rapprt, projectcode 31105, mei 2007, Landbouw-Economisch Instituut, Den Haag.

Relevante informatie

  • Meer informatie vindt u in het Bedrijven informatienet van het LEI.

Technische toelichting

Technische toelichting

Het is niet mogelijk om op basis van het Bedrijven Informatienet van het LEI een directe uitspraak te doen over het waterverbruik van de gehele sector. Hierbij spelen de volgende punten een rol: a) het informatienet betreft een steekproef waarbij de grote bedrijven (>1200 EGE, Europese Grootte Eenheid) en kleine bedrijven (<16 EGE) niet gerepresenteerd zijn; b) niet bij alle bedrijfstypes is het leiding- en gietwaterverbruik vastgelegd; c) pas vanaf 2003 is het waterverbruik. ten behoeve van irrigatie beschikbaar en d) de visserijsector heeft helemaal geen hoeveelheid water vastgelegd.Om toch een goed beeld te schetsen van het waterverbruik in de agrarische sector zijn de volgende stappen doorlopen: bij bedrijfstypes die geen of te weinig MVO steekproefbedrijven hebben (afgeleid van het Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen), is het waterverbruik geschat aan de hand van het verbruik per ege in het voorgaande jaar, danwel het verbruik per ege van de sector waar het betreffende bedrijfstype is ingedeeld. Vervolgens is per bedrijfstype berekend welk deel van de productiecapaciteit (uitgedrukt in ege) niet gerepresenteerd is. Het waterverbruik ten behoeve van irrigatie voor de jaren 2001 en 2002 is gebaseerd op het verbruik in 2003 en neerslaggegevens van het KNMI. Door zowel bij te schatten voor de niet-gerepreenteerde bedrijfstypes als voor grote en kleine bedrijven, wordt de gehele landbouwtelling gerepresenteerd.De gegevens van 2001 en later zijn niet geheel te vergelijken met de gegevens die eerder in het Milieu- en Natuurcompendium zijn gepubliceerd. Er hebben toen geen bijschattingen plaatsgevonden voor kleine en grote bedrijven. Wel werden alle bedrijfstypes gerepresenteerd bij het leidingwaterverbruik. Verder waren geen gegevens beschikbaar voor de beregening bij tuinbouwbedrijven.Gietwater is gezuiverd oppervlaktewater, van mindere kwaliteit dan drinkwater.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2007). Watergebruik in de land- en tuinbouw, 2001-2005 (indicator 0014, versie 04 , 3 juli 2007 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.