Compendium voor de Leefomgeving
460 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Afval

Verwerking van afval van huishoudens, 1985-2008

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Na 2000 is het storten van afval van huishoudens sterk afgenomen en is meer afval nuttig toegepast en verbrand. In 2008 werd 52,8 procent nuttig toegepast, 43,5 procent verbrand, 3,1 procent gestort en 0,6 procent geloosd.

Ontwikkelingen tot 2002

In de tweede helft van de jaren negentig van de vorige eeuw is het storten van huishoudelijk afval sterk afgenomen en zijn verbranden en nuttige toepassing als verwerkingsmethoden toegenomen. De jaren daarna is er een stabilisatie opgetreden.

Vanaf 2002 meer nuttige toepassing

In 2002 en 2003 is het aandeel nuttige toepassing weer licht toegenomen als gevolg van de in 2002 gerealiseerde scheidingsinstallaties. Mede als gevolg hiervan is het aandeel storten in 2003 sterk afgenomen. De hoeveelheid gestort afval is in 2004 verder af genomen ten gunste van nuttige toepassing en verbranden.

Duits stortverbod leidt in 2005 en 2006 tot meer gestort afval in Nederland

Medio 2005 is in Duitsland een stortverbod ingesteld waardoor er minder afval naar Duitsland is geƫxporteerd. Omdat in Nederland de verbrandingscapaciteit nagenoeg volledig werd benut heeft dit Duits stortverbod geleid tot een groei van de hoeveelheid gestort afval in 2005 en 2006. Als gevolg van een uitbreiding van de verbrandingscapaciteit is de hoeveelheid gestort afval na 2007 weer afgenomen.

Beleidsdoelstelling

Het Landelijk Afvalbeheerplan 2009-2021 (LAP2) (VROM, 2010) beschrijft in hoofdstuk 8 de beleidsdoelstellingen voor afval dat vrijkomt uit huishoudens. De doelstellingen omvatten het realiseren van een aandeel nuttige toepassing van 60 procent in 2015 en het beƫindigen van het storten van brandbaar afval voor 2012. Op dit moment wordt gewerkt aan een (tweede) wijziging van het LAP2. Met deze aanpassing wordt onder andere de kaderrichtlijn afvalstoffen verwerkt in het LAP2, inclusief alle wijzigingen van definities. Deze wijzigingen moeten nog in 2010 vastgesteld worden.
In 2008 werd 52,8 procent van het afval van huishoudens nuttig toegepast, 43,5 procent verbrand, 3,1 procent gestort en 0,6 procent geloosd. Ten opzichte van het jaar ervoor is er procentueel meer afval verbrand en minder gestort. Het percentage nuttige toepassing bleef gelijk aan 2007.

Referenties

Relevante informatie

  • Meer informatie over de verwerking van afval van huishoudens is te vinden in de databank StatLine van het CBS.

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Verwerking van afval van huishoudens

Omschrijving

Ontwikkeling van de totale hoeveelheid afval van huishoudens en van de verwerkingsmethoden 'nuttige toepassing', 'verbranden', 'storten' en 'lozen en overig'.

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Berekeningswijze

Basis voor de bovenstaande gegevens zijn de jaarlijkse resultaten uit de CBS-statistiek Gemeentelijk afval (hoeveelheden). Definities van de genoemde afvalstromen en informatie over de wijze waarop de gegevens tot stand zijn gekomen zijn te vinden in het artikel Statistiek gemeentelijk afval; opzet van het onderzoek (CBS, 2004). Op basis van CBS-cijfers wordt door SenterNovem van de gemengd ingezamelde fracties die in scheidingsinstallaties worden gescheiden nog bepaald welk deel daarvan wordt verbrand, gecomposteerd, gestort, geloosd of nuttig toegepast.

Basistabel

StatLine: Gemeentelijke afvalstoffen, hoeveelheden (CBS, 2010)

Geografisch verdeling

Nederland

Andere variabelen

Er zijn gegevens over de diverse afvalstromen, de wijze van inzameling en de inzamelende instantie. De gegevens zijn beschikbaar voor Nederland, per provincie, per gemeente, naar mate van stedelijkheid van de gemeenten en naar grootte van de gemeenten.

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks.

Achtergrondliteratuur

Statistiek gemeentelijk afval; opzet van het onderzoek (CBS, 2004).

Opmerking

De gegevens over huishoudelijk afval in het Compendium voor de Leefomgeving wijken af van die het CBS publiceert in de databank StatLine (CBS, 2010). Dit verschil komt door:- In de StatLine tabel worden gegevens gepresenteerd naar de eerste be- of verwerkingsmethode. In bovenstaande grafiek staan de cijfers ingedeeld naar de definitieve wijze van verwerken. Een deel van het gemengd ingezamelde afval wordt namelijk achteraf gescheiden in scheidingsinstallaties. Na deze behandeling wordt een deel van het afval nuttig toegepast en de rest verbrand, gestort of geloosd. Geloosd huishoudelijk afval betreft afvalwater dat vrijkomt bij de verwerking in afvalscheidingsinstallaties en water dat daar verdampt is naar de lucht. Composteren is ingedeeld bij nuttige toepassing.- Het afval dat door derden is ingezameld: dit afval (vooral wit- en bruingoed dat via de detailhandel is ingezameld en oud papier en karton) is wel in het Compendium voor de Leefomgeving inbegrepen maar niet in de cijfers in de StatLine-publicatie.- Het verbouwingsafval (onder andere puin, hout, metalen en vlakglas).Al het door gemeenten ingezamelde verbouwingsafval wordt meegeteld in de StatLine-publicatie. Voor het bepalen van de cijfers in het Milieu- en Natuurcompendium is maar een deel van dit verbouwingsafval toegedeeld aan het afval van huishoudens. Reden daarvoor is dat een deel van dit afval eigenlijk bedrijfsafval is, vooral afkomstig van aannemersbedrijven. In het verleden is tussen het RIVM en CBS afgesproken dat 50 procent van het verbouwingsafval aan het huishoudelijk afval wordt toegerekend. In het onderzoek over 2003 is navraag gedaan naar het acceptatiebeleid van verbouwingsafval van bedrijven door gemeenten. Daaruit bleek dat gemiddeld ongeveer 15 procent van het door de gemeenten ingezameld verbouwingsafval afkomstig is van bedrijven. Dit is beduidend minder dan de 50 procent die tot nu toe werd gehanteerd. Gezien dit verschil is in overleg tussen het Ministerie van VROM, Uitvoering Afvalbeheer en het CBS afgesproken om met terugwerkende kracht dit percentage te laten zakken van 50 naar 15 procent. Voor 2000 en eerder wordt het oude percentage van 50 procent gehanteerd. In 2001, 2002 en 2003 daalt dit percentage naar respectievelijk 40, 30 en 20 procent. Voor 2004 en later wordt 15 procent van het verbouwingsafval niet aan het huishoudelijk afval toegerekend.

Betrouwbaarheidscodering

B (schatting gebaseerd op een groot aantal (zeer accurate) metingen, waarbij representativiteit van de gegevens vrijwel volledig is)

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2010). Verwerking van afval van huishoudens, 1985-2008 (indicator 0392, versie 08 , 12 oktober 2010 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.