Afval

Stortplaatsen, aantal en capaciteit, 1991-2013

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Het milieubeleid is gericht op het terugdringen van het storten van afval. Het aantal stortplaatsen en de hoeveelheid gestort afval is dan ook sterk afgenomen sinds 1991. In 2013 is er minder afval gestort dan in 2012. Dit kan grotendeels worden verklaard doordat per 1 januari 2012 de stortbelasting is afgeschaft en in afwachting hiervan is geanticipeerd door veel inert materiaal in opslag te nemen tot na 2012 waarna het alsnog is gestort.

Afname van aantal stortplaatsen

Het aantal stortplaatsen in exploitatie is in 2013 met 1 afgenomen. In de afgelopen jaren werden er geen stortplaatsen gesloten. Tussen 1990 en 2005 was er nog een grote afname van stortplaatsen in exploitatie. Oorzaken van de eerdere sterke afname zijn zowel het beleid om het storten van afvalstoffen te minimaliseren, het moratorium op nieuwe stortcapaciteit, het aanscherpen van milieueisen, planologische problemen en natuurlijk de afname van de hoeveelheid afval dat resteert voor storten.

Afname hoeveelheid gestort afval

Na een jarenlange afname van de hoeveelheid gestort afval in Nederland was er in 2005 en 2006 meer afval gestort dan in de jaren er voor. De toename in de hoeveelheid gestort afval was gestart op het moment dat Duitsland is overgegaan op het effectueren van een stortverbod aldaar (per 1 juni 2005). Als een reactie op het Duitse stortverbod is er minder afval vanuit Nederland naar Duitsland uitgevoerd. In de jaren daarna wordt er weer minder gestort, dit komt deels door uitbreiding van verbrandingscapaciteit in Nederland waardoor meer afval wordt verbrand. In 2012 is er een toename van de hoeveelheid gestort afval. Dit kan grotendeels worden verklaard doordat per 1 januari 2012 de stortbelasting is afgeschaft en in afwachting hiervan is geanticipeerd door veel inert materiaal in opslag te nemen tot na 1 januari 2012. In 2013 is er weer een afname van de hoeveelheid gestort afval tot 2,7 miljoen ton.
In de cijfers is geen rekening gehouden met de hoeveelheid afval die gestort is op eigen terrein. Die afname is nog veel groter dan bij het reguliere storten. In het begin van de jaren negentig werd nog ruim 2 miljoen ton op eigen terrein gestort. Dit is inmiddels afgenomen tot minder dan 0,1 miljoen ton in 2013.

Beleid

Het terugdringen van de hoeveelheid gestort afval is al lang een speerpunt van het afvalstoffenbeleid in Nederland. Om het storten terug te dringen zijn veel maatregelen ingezet, variƫrend van het bevorderen van preventie en recycling en het vergroten van de verbrandingscapaciteit tot het uitvaardigen van stortverboden.
In het Landelijk afvalbeheerplan 2009-2021 (LAP), dat sinds 2009 van kracht is, is ingezet op een verdere reductie van de hoeveelheid te storten brandbaar afval tot 0 miljard kilogram afval in 2015. Om dit te bereiken wordt onder meer gestreefd naar een optimale benutting van de energie-inhoud van afval dat niet kan worden gerecycled.

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Stortplaatsen: aantal en capaciteit

Omschrijving

Het aantal in gebruik zijnde stortplaatsen en de bijbehorende stortcapaciteit

Verantwoordelijk instituut

Rijkswaterstaat Leefomgeving

Berekeningswijze

Integraal onderzoek bij stortplaatsen

Geografisch verdeling

Nederland

Verschijningsfrequentie

jaarlijks

Achtergrondliteratuur

WAR (2014). Afvalverwerking in Nederland, gegevens 2013. Werkgroep Afvalregistratie, Utrecht.

Opmerking

In bovenstaande tabel vindt u onder meer informatie over de totale hoeveelheid gestort afval. Deze cijfers zijn inclusief verontreinigde grond en baggerspecie. Dit totaal wijkt af van het totaal in de indicator over Afvalproductie en wijze van verwerking, 1985-2018. De beleidsindicator gaat uit van de netto hoeveelheid gestort afval. Bruto betekent inclusief nuttige toepassing op stortplaatsen, verontreinigde grond en baggerspecie.

Betrouwbaarheidscodering

Integrale enquete.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2015). Stortplaatsen, aantal en capaciteit, 1991-2013 (indicator 0393, versie 14 , 8 januari 2015 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.