Compendium voor de Leefomgeving
462 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Natuurbeleid en natuurbescherming

Realisatie nieuwe natuur via verwerving en particulier natuurbeheer

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

In 2004 is het areaal verworven natuurterreinen, met 4.660 ha toegenomen. Het areaal particulier natuurbeheer groeide in 2004 sneller dan in voorgaande jaren, maar blijft nog achter bij de jaarlijkse de taakstelling afgeleid van een lineaire realisatielijn.

Beleidsdoelen

Volgens de nota 'Agenda voor een Vitaal Platteland' moet de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) in 2018 volledig zijn gerealiseerd. Een deel hiervan is de zogenaamde nieuwe natuur. Deze gronden zijn nu veelal nog in gebruik als landbouwgrond en krijgen de hoofdfunctie natuur. Aanvankelijk zou de nieuwe natuur gerealiseerd worden door de verwerving van de gronden door de overheid en door overdracht daarvan aan een terreinbeherende organisatie. De kabinetten Balkenende I en II hebben een beleidsombuiging ingezet. Hierbij verschuift het accent van verwerving naar beheer. De nieuwe taakstelling is nu 112.200 ha verwerven (gereed 2015) en beheren door terreinbeherende organisaties. Daarnaast zal voor 42.800 ha particulier natuurbeheer gerealiseerd worden (gereed 2018). Deze gronden worden niet verworven maar blijven in beheer bij particulieren.

Ontwikkelingen

Per 31 december 2004 is in totaal 66.495 hectare aan grond voor nieuwe natuur verworven (exclusief 17.732 ha ruilgrond). Dit jaar is de oppervlakte verworven natuur met 4.660 ha toegenomen. De 4.660 ha is meer dan de 4.200 ha die gemiddeld per jaar moet worden gerealiseerd om de taakstelling in 2015 te halen.
In 2004 is LNV voor 930 ha verplichtingen aangegaan voor particulier natuurbeheer. Daarmee kwam het totaal aan verplichtingen per 31 december 2004 op 2.140 ha. Uitgaande van de taakstelling zou per jaar gemiddeld 2.775 ha gerealiseerd moeten worden. De oppervlakte van 930 ha ligt met ruim 30% dus ver onder de lineaire realisatie, maar is wel een aanzienlijke versnelling ten opzichte van het gemiddelde van 300 ha per jaar van de afgelopen jaren.

Referenties

  • ReferentiesDLG (diverse jaren). Structuurschema Groene Ruimte. Voortgangsrapportage 2000/2001/2002. Dienst Landelijk Gebied. Utrecht.
  • Kuindersma W., M.A. Hoogstra en E.E.M. Verbij (2000). Realisatie Ecologische Hoofdstructuur 2000. Achtergronddocument bij hoofdstuk 4 van de Natuurbalans 2000. Werkdocument Planbureau-werk in uitvoering 2000/07. Alterra. Wageningen.
  • MNP (2004). Natuurbalans 2004. Milieu- en Natuurplanbureau. SDU Den Haag
  • MNP (2004). Beleidsevaluatie Natuur en Landschap, Achtergronddocument bij Natuurbalans 2004
  • LNV (2004). Agenda voor een Vitaal Platteland en het Meerjarenprogramma Vitaal Platteland . Den Haag.
  • LNV (2004). Voortgang realisatie operationele doelen LNV per 1 januari 2004. d.d. 22 juli 2004.
  • LNV (2005). Voortgang realisatie operationele doelen LNV per 1 januari 2005. d.d. 20 juni 2005.
  • LNV (2005). Omslag van Verwerving naar Beheer. d.d. 15-06-2005 kenmerk DN.2005/1850

Technische toelichting

Technische toelichting

In de figuur is cumulatief het aantal verworven/afgesloten hectares, per jaar aangegeven. Tevens zijn de vastgestelde taakstelling opgenomen. De lineaire taakstellingen per jaar zijn op basis van de voorstaande data berekend. De informatie is verkregen van de DLG, DR en LNV. Het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP) vindt het belangrijk om de voortgang van het beleid in een (middel)langetermijnperspectief te plaatsen. Het MNP spiegelt daartoe de gerealiseerde beleidsprestaties aan een lineaire realisatie. Die wordt berekend door het verschil tussen de beoogde taakstelling en de gerealiseerde beleidsprestatie gelijkelijk te verdelen over het aantal jaren dat nog rest tot aan het geplande jaar van afronding.Het ministerie van LNV spiegelt de voortgang van het beleid niet (meer) aan een lineaire taakstelling, maar aan het beschikbare meerjarige budget. De consequentie is, dat slechts voor een jaar een beeld wordt gegeven van de voortgang en dus niet duidelijk wordt of, uitgaande van het huidige realisatietempo, de uiteindelijke taakstelling wordt gerealiseerd. De twee berekeningswijzen leiden tot grote verschillen in jaarlijkse referentie. Zo bedroeg de streefwaarde van LNV voor het verwerven van EHS-gronden in 2004 1.662 ha (LNV, Begroting 2004), terwijl de door het MNP berekende lineaire realisatie 4.200 ha per jaar is.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2005). Realisatie nieuwe natuur via verwerving en particulier natuurbeheer (indicator 1307, versie 04 , 8 september 2005 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.