Bruto elektriciteitsproductie en inzet energiedragers, 2015-2025
In 2025 was de totale bruto elektriciteitsproductie 9 procent hoger dan in 2024. Van 2015 tot en met 2024 is de bijdrage van niet-hernieuwbare brandstoffen in de elektriciteitsproductie sterk gedaald ten gunste van hernieuwbare energiedragers. Deze trend heeft zich in 2025 niet doorgezet. Kwam in 2015 nog 83 procent van de totale elektriciteitsproductie uit niet-hernieuwbare brandstoffen, in 2024 was dit 48 procent. De relatieve bijdrage van elektriciteitsproductie uit hernieuwbare energiedragers steeg in die jaren van 12 procent naar 48 procent.
Inzet van energiedragers bij elektriciteitsproductie
In 2025 is in totaal 906 PJ (nader voorlopig cijfer) aan energiedragers ingezet voor de Nederlandse elektriciteitsproductie. De inzet is daarmee ruim 9 procent hoger dan in 2024. De inzet steeg bij zowel de fossiele brandstoffen steenkool en aardgas als bij biomassa en zonne-energie.
Inzet van niet-hernieuwbare brandstoffen
In 2025 kwam 60 procent van alle inzet van energiedragers ten bate van de elektriciteitsproductie uit niet-hernieuwbare brandstoffen. Aardgas en steenkool werden hiervan het meest ingezet, met respectievelijk aandelen van 43 procent en 9 procent.
Naast niet-hernieuwbare brandstoffen werden biomassa (11%), zonne-energie (10%), windenergie (13%), kernenergie (4%) en andere energiedragers (1%) ingezet bij de productie van elektriciteit.
Productie van elektriciteit uit hernieuwbare energiedragers
In 2025 kwam 48 procent van de elektriciteitsproductie uit hernieuwbare energiedragers. Elektriciteit uit windenergie (24%) en zonne-energie (19%) dragen het meest bij aan hernieuwbare elektriciteit. Daarnaast wordt er ook hernieuwbare elektriciteit uit biomassa geproduceerd (5%). Waterkracht neemt in Nederland een beperkte plaats in. Vanaf deze update van de indicator wordt de inzet van waterkracht en wind- en zonne-energie voor de productie van elektriciteit meegeteld. De cijfers sluiten daarmee aan op die van de energiebalans op StatLine.
Warmteproductie
Bij het verbranden van energiedragers voor de productie van elektriciteit ontstaat warmte. Een deel hiervan wordt nuttig gebruikt met behulp van warmtekrachtkoppelingsinstallaties (WKK). Deze warmte wordt bijvoorbeeld gebruikt voor procesverwarming in de industrie, kasverwarming in de glastuinbouw en stadsverwarming. In 2025 is de productie van nuttig gebruikte warmte uit WKK met 2,7 procent licht gedaald ten opzichte van 2024.
Toelichting elektriciteit- en warmteproductie
Elektriciteit wordt in Nederland voor een groot deel opgewekt in elektriciteitscentrales. Daarnaast wordt elektriciteit ook decentraal geproduceerd door de industrie, energiebedrijven, glastuinbouw en gezondheidszorg in onder andere warmtekrachtinstallaties (WKK). Met name bij de industrie is de eigen energievoorziening veelal in een afzonderlijk bedrijf ondergebracht. Zo'n bedrijf is veelal een joint-venture van een energiebedrijf en een onderneming.
Toelichting centrale en decentrale elektriciteitsproductie
Centrale productie van elektriciteit betreft de productie van elektriciteit door thermische of nucleaire centrales die regulier leveren aan het landelijke hoogspanningsnet. Dit worden ook wel de elektriciteitscentrales genoemd. Het landelijke hoogspanningsnet wordt beheerd door TenneT en bestaat uit de netten met een spanning van 110 kV en hoger.
Alle overige elektriciteitsproductie betreft decentrale productie: productie door thermische installaties die leveren aan een bedrijfsnetwerk of aan het openbare midden- of laagspanningsnet (lager dan 110 kV), plus alle productie van elektriciteit uit windenergie, waterkracht en zonne-energie. Decentrale thermische installaties staan opgesteld in bijvoorbeeld de glastuinbouw, voedings- en genotsmiddelenindustrie, papierindustrie, chemie, gezondheidszorg en afvalverbranding.
Thermische centrales wekken elektriciteit op door het verbranden van brandstoffen als aardgas, steenkool en biomassa. Nucleaire centrales (kerncentrales) wekken elektriciteit op met de warmte die vrijkomt bij splitsing van atoomkernen in een kernreactor.
Bronnen
- CBS. Productiemiddelen elektriciteit (korte onderzoekbeschrijving). CBS, Den Haag / Heerlen.
- CBS. Nederlandse energiehuishouding (NEH) (korte onderzoekbeschrijving). CBS, Den Haag / Heerlen.
- CBS (2015). Elektriciteit in Nederland. CBS, Den Haag / Heerlen.
- CBS (2025). Hernieuwbare energie in Nederland 2024. CBS, Den Haag / Heerlen.
- CBS (2026a). Elektriciteit en warmte; productie, inzet en vermogen naar energiedrager. CBS, Den Haag / Heerlen.
- CBS (2026b). Elektriciteitsproductie en uitvoer op recordniveau. CBS, Den Haag / Heerlen.
- CBS (2026c). 23 procent energieverbruik komt uit hernieuwbare bronnen. CBS, Den Haag / Heerlen.
Relevante informatie
Meer informatie over het verbruik van energiedragers is te vinden in de databank StatLine van het CBS.
Technische toelichting
- Naam van het gegeven
Inzet energiedragers en bruto elektriciteitsproductie
- Omschrijving
Ontwikkeling van de inzet van energiedragers bij de elektriciteitsproductie en ontwikkeling van de bruto hoeveelheid geproduceerde elektriciteit en warmte. Voor de inzet wordt alleen de inzet van brandstoffen gerapporteerd die verbruikt worden voor de productie van elektriciteit en bijkomende warmte. De elektriciteit die wordt geproduceerd uit zon, wind, en waterkracht wordt direct gewonnen en telt daarom niet mee bij de inzet.
- Verantwoordelijk instituut
Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)
- Berekeningswijze
Berekening op basis van enkele maand-, kwartaal- en jaarenquêtes van het CBS en registraties van diverse instellingen als TenneT, Gasunie en Energie-Nederland. Meer informatie vindt u in de korte onderzoekbeschrijvingen Nederlandse energiehuishouding (NEH) (CBS) en Productiemiddelen elektriciteit (CBS).
- Basistabel
StatLine: Elektriciteit en warmte; productie, inzet en vermogen naar energiedrager (CBS, 2026a).
- Geografische verdeling
Nederland
- Verschijningsfrequentie
Jaarlijks
- Achtergrondliteratuur
Elektriciteit in Nederland (CBS, 2015)
- Betrouwbaarheidscodering
- Schatting gebaseerd op een groot aantal (zeer accurate) metingen, waarbij representativiteit van de gegevens vrijwel volledig is.
Archief van deze indicator
Bekijk meer Bekijk minder
Referentie van deze webpagina
CLO (2026). Bruto elektriciteitsproductie en inzet energiedragers, 2015-2025 (indicator 0019, versie 30, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.