Compendium voor de Leefomgeving
493 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Energie en milieu

Brandstofverbruik en netto elektriciteitsproductie door elektriciteitscentrales, 1990-2005

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

In 2005 is voor het eerst sinds vijf jaar zowel de netto elektriciteitsproductie alsook het daaraan gerelateerde brandstofverbruik door elektriciteitscentrales weer licht gedaald.

  1990 1995 2000 2003 2004 2005*
             
  PJ          
Brandstofverbruik 484 488 431 517 544 514
w.v. Steenkool 1) 231 258 232 256 248 234
  Stookolie 2,0 1,5 0,2 1,2 0,8 0,7
  Aardgas 2) 251 229 198 259 294 279
  Chemisch restgas 3) . 0 0,5 0,6 0,3 0,5
             
  PJ          
Elektriciteitsproductie 216 210 195 230 243 238
             
  mln TWh          
Elektriciteitsproductie 60 58 54 64 68 66
             
Bron: CBS. CBS/MNC/sept06/0019
1) M.i.v. 1995 incl. hoogovengas en cokesovengas.
2) Alleen in 1990 incl. hoogovengas, cokesovengas en chemisch restgas.
3) In 1990 is chemisch restgas bij aardgas geteld.

Toename elektriciteitsproductie

De netto elektriciteitsproductie door elektriciteitscentrales is in 2005 met ongeveer 2,1 % afgenomen. Dit is vooral een gevolg van een toename van de invoer van elektriciteit. Het brandstofverbruik laat een daling zien van 5,5 procent. Voor de elektriciteitsproductie is als inzet hoofdzakelijk steenkool en aardgas gebruikt.

Referenties

Relevante informatie

  • Meer informatie over het verbruik van energiedragers is te vinden in de databank StatLine van het CBS.

Technische toelichting

Technische toelichting

De gegevens van de jaren 1995 tot en met 2003 wijken (gedeeltelijk) af van die in de vorige versie van deze indicator. Dit is een gevolg van een revisie van de Energiebalans (zie ook: CBS, 2005).

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2006). Brandstofverbruik en netto elektriciteitsproductie door elektriciteitscentrales, 1990-2005 (indicator 0019, versie 06 , 4 september 2006 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.