Compendium voor de Leefomgeving
493 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Energie en milieu

Brandstofverbruik en netto elektriciteitsproductie door elektriciteitscentrales, 1990-2007

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

In 2007 is zowel de netto elektriciteitsproductie alsook het daaraan gerelateerde brandstofverbruik door elektriciteitscentrales gestegen.

  1990 1995 2000 2005 2006 2007
             
  PJ          
Brandstofverbruik 484 488 431 514 490 523
w.v. Steenkool 1) 231 258 232 234 226 242
  Stookolie 2,0 1,5 0,2 0,7 0,5 0,2
  Aardgas 2) 251 229 198 279 263 280
  Chemisch restgas 3) . 0 0,5 0,5 0,2 0,4
             
  PJ          
Elektriciteitsproductie 216 210 195 238 231 243
             
  miljard kWh
Elektriciteitsproductie 60 58 54 66 64 68
             
Bron: CBS. CBS/MNC/jan09/0019
1) M.i.v. 1995 incl. hoogovengas en cokesovengas.
2) Alleen in 1990 incl. hoogovengas, cokesovengas en chemisch restgas.
3) In 1990 is chemisch restgas bij aardgas geteld.

Brandstofverbruik elektriciteitscentrales in 2007 weer hoger

De netto elektriciteitsproductie door elektriciteitscentrales is in 2007 gestegen met 5,2 procent ten opzichte van het jaar ervoor. Tussen 2005 en 2006 daalde de elektriciteitsproductie.
Het brandstofverbruik laat in 2007 een stijging zien van 6,7 procent. Voor de elektriciteitsproductie is hoofdzakelijk steenkool en aardgas ingezet.

Referenties

Relevante informatie

  • Meer informatie over het verbruik van energiedragers is te vinden in de databank StatLine van het CBS.

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Brandstofverbruik en netto elektriciteitsproductie door elektriciteitscentrales.

Omschrijving

Ontwikkeling van de inzet van fossiele brandstoffen bij de elektriciteitsproductie en ontwikkeling van de hoeveelheid geproduceerde elektriciteit door elektriciteitscentrales.

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Berekeningswijze

Berekening op basis van enkele maand- en kwartaalenquêtes van het CBS en registraties van diverse instellingen als Tennet, Gasunie en EnergieNed. Het artikel Nederlandse energiehuishouding (NEH) (CBS, 2007) geeft een korte beschrijving van de onderzoeksmethode.

Basistabel

StatLine: Energiebalans (CBS, 2008).

Geografisch verdeling

Nederland.

Andere variabelen

Er zijn gegevens voor de diverse energiebalansposten (zoals: energie-aanvoer, energie-aflevering, energieverbruik, totale inzet bij omzettingen, inzet bij warmtekrachtopwekking) per energiedrager en per bedrijfstak.

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks.

Achtergrondliteratuur

Nederlandse energiehuishouding (NEH) (CBS, 2007).

Opmerking

De indicator Energieverbruik per sector, 2011-2016 bevat gegevens voor het energieverbruik van de sector energiebedrijven. Deze wijken af van de gegevens in de bovenstaande tabel. In de tabel hierboven betreft het verbruik alleen de inzet van fossiele brandstoffen bij elektriciteitscentrales.

Betrouwbaarheidscodering

A (integrale enquête).

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2009). Brandstofverbruik en netto elektriciteitsproductie door elektriciteitscentrales, 1990-2007 (indicator 0019, versie 10 , 6 februari 2009 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.