Compendium voor de Leefomgeving
487 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Energie en milieu

Inzet fossiele brandstoffen en bruto elektriciteitsproductie, 1990-2010

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

In 2010 is zowel de bruto elektriciteitsproductie alsook het daaraan gerelateerde verbruik van fossiele brandstoffen gestegen.

Brandstofverbruik

Voor de elektriciteitsproductie wordt hoofdzakelijk steenkool en aardgas ingezet en in veel geringere mate aardolie. De inzet van deze fossiele brandstoffen voor de productie van elektriciteit is in 2010 met 4,3 procent gestregen ten opzichte van het jaar ervoor. Deze stijging wordt volledig veroorzaakt door de groeiende inzet van aardgas. Deze steeg met 7 procent. De inzet van steenkool nam iets af.

Elektriciteitsproductie

De bruto elektriciteitsproductie is in 2010 gestegen met 4,4 procent ten opzichte van het jaar ervoor. Vooral door de elektriciteitscentrales werd er meer elektriciteit geproduceerd (5,2 procent meer), terwijl decentraal de elektriciteitsproductie met 2,7 procent toenam.
De bruto elektriciteitsproductie in de bovenstaande grafiek is lager dan de productie van elektriciteit zoals vermeld in de indicator Aanbod en verbruik van elektriciteit. Dit komt doordat in deze indicator alleen de elektriciteitsproductie staat die is opgewekt met fossiele brandstoffen.

Toelichting centrale en decentrale elektriciteitsproductie

De centrale elektriciteitsproductie omvat de centraal gecoördineerde opwekking van elektriciteit en warmte door eenheden die gekoppeld zijn aan het hoogspanningsnet van TenneT.
De decentrale elektriciteitsproductie bestaat uit alle niet centraal gecoördineerde opwekking van elektriciteit en warmte, zoals door (warmtekracht)installaties die staan opgesteld bij bedrijven waarvan de primaire doelstelling niet het produceren van elektriciteit of warmte is. Ook windturbines en zonnecellen vallen onder de categorie decentrale productie. Installaties voor decentrale elektriciteitsopwekking staan met name bij bedrijven in de glastuinbouw en industrie.

Warmteproductie

Bij het verbranden van fossiele brandstoffen voor de productie van elektriciteit ontstaat warmte. Vooral bij de decentrale elektriciteitsopwekking wordt veel van deze warmte nuttig gebruikt.

Referenties

Relevante informatie

  • Meer informatie over het verbruik van energiedragers is te vinden in de databank StatLine van het CBS.

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Inzet fossiele brandstoffen en bruto elektriciteitsproductie

Omschrijving

Ontwikkeling van de inzet van fossiele brandstoffen bij de elektriciteitsproductie en ontwikkeling van de bruto hoeveelheid geproduceerde elektriciteit en warmte.

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)

Berekeningswijze

Berekening op basis van enkele maand-, kwartaal- en jaarenquêtes van het CBS en registraties van diverse instellingen als TenneT, Gasunie en Energie-Nederland. Het artikel Nederlandse energiehuishouding (NEH) (CBS, 2012a) geeft een korte beschrijving van de onderzoeksmethode.

Basistabel

StatLine: Elektriciteit; productie naar energiebron CBS (2011) StatLine: Energiebalans; kerncijfers CBS (2012b)

Geografisch verdeling

Nederland

Andere variabelen

Er zijn gegevens voor de diverse energiebalansposten (zoals: energie-aanvoer, energie-aflevering, energieverbruik, totale inzet energieomzetting, inzet elektriciteit / WKK-omzetting) per energiedrager en per bedrijfstak.

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur

Nederlandse energiehuishouding (NEH) (CBS, 2012a)

Opmerking

De indicator Energieverbruik per sector, 2011-2016 bevat gegevens voor het energieverbruik van de sector energiebedrijven. Deze wijken af van de gegevens in de bovenstaande grafieken. In de grafieken hierboven betreft het verbruik alleen de inzet van fossiele brandstoffen.
In tegenstelling tot de vorige versie van deze indicator is er nu gekozen voor een presentatie van de bruto elektriciteitsproductie in plaats van netto elektriciteitsproductie. Daarnaast is ook gekozen voor de presentatie van zowel de inzet van brandstoffen en de elektriciteitsproductie in zowel de centrale als decentrale elektriciteitsopwekking. In de vorige versie ging het alleen om de centrale opwekking door elektriciteitscentrales.

Betrouwbaarheidscodering

A (integrale enquête)

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2012). Inzet fossiele brandstoffen en bruto elektriciteitsproductie, 1990-2010 (indicator 0019, versie 15 , 30 mei 2012 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.