Compendium voor de Leefomgeving
493 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Energie en milieu

Inzet energiedragers en bruto elektriciteitsproductie, 1995-2014

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Na drie jaar van daling steeg in 2014 de bruto elektriciteitsproductie licht. Bij de fossiele brandstoffen die worden ingezet voor de elektriciteitsproductie treedt een verschuiving op van aardgas naar steenkool.

Inzet van brandstoffen bij elektriciteitsproductie

In 2014 is in totaal 972 PJ (nader voorlopig cijfer) aan energiedragers ingezet voor de Nederlandse elektriciteitsproductie. De inzet is daarmee 0,7 procent hoger dan in 2013. Vooral steenkool en kernenergie zijn meer ingezet. De inzet van steenkool steeg met 34 PJ naar 255 PJ (+15,6%), en die van kernenergie met 12 PJ naar 39 PJ (+43 procent). De inzet van aardgas daalde met 42 PJ naar 455 PJ (- 8,5 procent).

Inzet van fossiele brandstoffen

In 2014 kwam ongeveer 80 procent van alle brandstofinzet ten bate van de elektriciteitsproductie uit fossiele brandstoffen. Aardgas en steenkool werden hiervan het meest ingezet, met respectievelijk aandelen van 49 procent en 27 procent. Stookolie en overige fossiele brandstoffen nemen de resterende 6 procent voor hun rekening.
Naast fossiele brandstoffen werden biomassa (8 procent), kernenergie (4 procent) en andere energiedragers ingezet (6 procent) bij de productie van elektriciteit.

Inzet van hernieuwbare energiedragers

In 2014 nemen hernieuwbare energiedragers 10 procent van de totale inzet voor de elektriciteitsproductie voor hun rekening. Naast biomassa draagt vooral windenergie bij aan de productie van hernieuwbare elektriciteit. Elektriciteit uit zon en waterkracht neemt in Nederland een zeer beperkte plaats in.

Elektriciteitsproductie

Sinds 2010 is de bruto elektriciteitsproductie met 13 procent gedaald, van 429 naar 372 PJ (ofwel van 119 naar 103 Terawattuur). Van de elektriciteitsproductie in 2014 komt 65 procent uit elektriciteitscentrales en 35 procent uit decentraal geplaatste installaties bij onder andere de industrie, landbouw en gezondheidszorg.

Warmteproductie

Bij het verbranden van energiedragers voor de productie van elektriciteit ontstaat warmte. Een deel hiervan wordt nuttig gebruikt met behulp van warmtekrachtkoppelingsinstallaties (WKK). Deze warmte wordt bijvoorbeeld gebruikt voor procesverwarming in de industrie, kasverwarming in de glastuinbouw en stadsverwarming. In 2014 is de productie van nuttig gebruikte warmte uit WKK 10 procent lager dan in 2013.

Toelichting elektriciteit- en warmteproductie

Elektriciteit wordt in Nederland voor een groot deel opgewekt in elektriciteitscentrales. Daarnaast wordt elektriciteit ook decentraal geproduceerd door de industrie, energiebedrijven, glastuinbouw en gezondheidszorg in onder andere warmtekrachtinstallaties (WKK). Met name bij de industrie is de eigen energievoorziening veelal in een afzonderlijk bedrijf ondergebracht. Zo'n bedrijf is veelal een joint-venture van een energiebedrijf en een onderneming.

Toelichting centrale en decentrale elektriciteitsproductie

Centrale productie van elektriciteit betreft de productie van elektriciteit door thermische of nucleaire centrales die regulier leveren aan het landelijke hoogspanningsnet. Dit worden ook wel de elektriciteitscentrales genoemd. Het landelijke hoogspanningsnet wordt beheerd door TenneT en bestaat uit de netten met een spanning van 110 kV en hoger.
Alle overige elektriciteitsproductie betreft decentrale productie: productie door thermische installaties die leveren aan een bedrijfsnetwerk of aan het openbare midden- of laagspanningsnet (lager dan 110 kV), plus alle productie van elektriciteit uit windenergie, waterkracht en zonne-energie. Decentrale thermische installaties staan opgesteld in bijvoorbeeld de glastuinbouw, voedings- en genotsmiddelenindustrie, papierindustrie, chemie, gezondheidszorg, en afvalverbranding.
Thermische centrales wekken elektriciteit op door het verbranden van brandstoffen als aardgas, steenkool en biomassa. Nucleaire centrales (kerncentrales) wekken elektriciteit op met de warmte die vrijkomt bij splitsing van atoomkernen in een kernreactor.

Referenties

Relevante informatie

  • Meer informatie over het verbruik van energiedragers is te vinden in de databank StatLine van het CBS.

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Inzet energiedragers en bruto elektriciteitsproductie

Omschrijving

Ontwikkeling van de inzet van energiedragers bij de elektriciteitsproductie en ontwikkeling van de bruto hoeveelheid geproduceerde elektriciteit en warmte (1995-2014). De cijfers over 2014 zijn nader voorlopig. Nader voorlopige cijfers hebben een meer definitieve status dan voorlopige cijfers.

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)

Berekeningswijze

Berekening op basis van enkele maand-, kwartaal- en jaarenquĂȘtes van het CBS en registraties van diverse instellingen als TenneT, Gasunie en Energie-Nederland. De artikelen Nederlandse energiehuishouding (NEH) (CBS, 2016a) en Productiemiddelen elektriciteit geven een korte beschrijving van de onderzoeksmethode.

Basistabel

StatLine: Energiebalans; aanbod, omzetting en verbruik (CBS, 2016b).
StatLine: Elektriciteit en warmte; productie en inzet naar energiedrager (CBS, 2016c).

Geografisch verdeling

Nederland

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur

Elektriciteit in Nederland (CBS, 2015c)
Nederlandse energiehuishouding (NEH) (CBS, 2016a)
Productiemiddelen elektriciteit.

Betrouwbaarheidscodering

Schatting gebaseerd op een groot aantal (zeer accurate) metingen, waarbij representativiteit van de gegevens vrijwel volledig is.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2016). Inzet energiedragers en bruto elektriciteitsproductie, 1995-2014 (indicator 0019, versie 21 , 14 juli 2016 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.