Compendium voor de Leefomgeving
473 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Energie en milieu

Binnenlands energieverbruik per sector, 1990-2006

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Na een jarenlange groei is het energieverbruik in 2006 gedaald.

  1990 1995 2000 2005 2006 w.v.    
            als brandstof in als
            warmte-kracht-installaties1) ovens, ketels, kachels, etc. grondstof of als inzet voor omzetting in andere producten2)
                 
  PJ              
                 
Totaal 2 702 2 964 3 065 3 311 3 233 405 2 172 655
                 
Energiebedrijven3) 350 403 408 465 431 362 65 4
Industrie4) 1 143 1 200 1 267 1 412 1 344 33 687 624
Huishoudens 404 455 432 425 412 - 412 -
Verkeer en vervoer 375 421 462 486 500 - 496 4
Overige energie-afnemers5) 430 486 496 523 546 11 512 24
                 
Bron: CBS. CBS/MNC/jan08/0052
1) Voor omzetting in elektriciteit, stoom of warm water.
2) Inclusief verliezen bij omzetting.
3) Exclusief raffinaderijen en cokesfabrieken.
4) Inclusief raffinaderijen en cokesfabrieken.
5) Waaronder de land- en tuinbouw, bouw, en handel, diensten en overheid.

Ontwikkelingen totale binnenlandse energieverbruik

Wellicht ten gevolge van energiebesparende maatregelen is het totale binnenlandse energieverbruik in 2006 met 2,4 procent gedaald ten opzichte van jaar ervoor. Alleen in het verkeer en vervoer en bij de overige energie-afnemers is het energieverbruik in 2006 toegenomen ten opzichte van 2005 (met respectievelijk 2,9 en 4,4 procent). Ook het energieverbruik bij de huishoudens is iets afgenomen. Dit wordt veroorzaakt door een lager aardgasverbruik als gevolg van de zachte seizoenen van 2006.

Referenties

Relevante informatie

  • Meer informatie over het energieverbruik is opgenomen in de databank StatLine van het CBS.

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Binnenlands energieverbruik per sector.

Omschrijving

Ontwikkeling van het totale energieverbruik in Nederland naar economische sector (energiebedrijven, industrie, huishoudens, verkeer en vervoer en 'overige sectoren'). Voor het laatste jaar is het energieverbruik eveneens verdeeld naar wijze van inzet ('brandstof in warmtekrachtinstallaties', 'brandstof in ovens, kachels en dergelijke', 'grondstof en inzet voor de omzetting in andere producten').

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek.

Berekeningswijze

Berekening op basis van enkele maand- en kwartaalenquêtes van het CBS en registraties van diverse instellingen als Tennet, Gasunie en EnergieNed.

Basistabel

StatLine: Energiebalans (CBS, 2007a).

Geografisch verdeling

Nederland.

Andere variabelen

Er zijn gegevens per energiedrager voor een groot aantal energiebalansposten (zoals: energiewinning, energie-aanvoer, energieverbruik, totaal finaal verbruik) en economische sectoren.

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks.

Achtergrondliteratuur

Het artikel Nederlandse energiehuishouding (NEH) (CBS, 2007b) geeft een korte beschrijving van de onderzoeksmethode.

Opmerking

Het Milieu- en Natuurcompendium geeft andere cijfers voor het energieverbruik van de industrie en energievoorziening dan de tabel Energiebalans van de databank StatLine (CBS, 2007a). In het Milieu- en Natuurcompendium worden de raffinaderijen en cokesfabrieken tot de industrie gerekend, terwijl deze bedrijfstakken in de StatLinetabel behoren tot de energiebedrijven.

Betrouwbaarheidscodering

B (Schatting gebaseerd op een groot aantal (zeer accurate) metingen, waarbij representativiteit van de gegevens vrijwel volledig is).

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2008). Binnenlands energieverbruik per sector, 1990-2006 (indicator 0052, versie 08 , 25 januari 2008 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.