Compendium voor de Leefomgeving
473 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Energie en milieu

Productie van duurzame energie, 1990-2004

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Duurzame energie draagt in 2004 voor 1,8% bij aan de totale energievoorziening in Nederland. De productie van duurzame energie is in 2004 gegroeid met 24% naar 60,1 PJ.

  1990 2000 2002 2003 2004*
           
  TJ vermeden primaire energie  
Totaal duurzame energiebronnen 18 574 37 868 48 169 48 380 60 113
Waterkracht 752 1 179 927 607 810
Windenergie 495 6 861 7 976 11 112 15 670
Zon-fotovoltaïsch (PV), totaal 3 66 149 270 286
Zon-thermisch, totaal 73 421 563 626 698
Warmtepompen totaal . 380 539 702 949
Warmte/koude opslag 6 296 617 741 798
Biomassa totaal 17 246 28 666 37 398 34 322 40 901
w.v. Bio-energie AVI's 6 093 11 417 11 340 11 484 11 115
  Bij- en meestoken biomassa in centrales - 1 855 10 148 7 107 14 015
  Houtkachels voor warmte bij bedrijven 1 657 1 965 1 857 1 802 1 748
  Houtkachels bij huishoudens 6 231 5 701 5 541 5 464 5 464
  Overige biomassaverbranding 561 2 431 2 940 3 114 3 260
  Biomassavergisting, totaal 2 704 5 298 5 572 5 350 5 298
  w.v. Biomassavergisting, stortgas 341 1 986 2 096 1 861 1 731
  Biomassavergisting, rioolwaterzuivering 1 866 2 299 2 435 2 345 2 425
  Biomassavergisting, overig 497 1 013 1 041 1 144 1 142
           
  als % van totaal energieverbruik  
Totaal duurzame energie 0,69 1,24 1,52 1,49 1,82
           
Bron: CBS. CBS/MNC/aug05/0385

Productie duurzame energie stijgt in 2004

De productie van duurzame energie is tussen 1995 en 2004 bijna verdrievoudigd. In 2004 is er een groei met 24% tot 60,1 PJ.
In 2004 is 1,8% van het Nederlandse energieverbruik afkomstig van duurzame energiebronnen. In 2003 was dit nog 1,5%. De doelstelling van de overheid voor het duurzame binnenlandse energieverbruik is 5% in 2010 en 10% in 2020 (EZ 1996, 2005). Het is daarbij niet altijd even duidelijk in hoeverre de import van duurzame energie mag worden meegeteld.

Meeste duurzame energie is bio-energie

Bio-energie levert ook in 2004 de grootste bijdrage aan de productie van duurzame energie, en wel een tweederde deel. De belangrijkste vormen zijn het meestoken van biomassa in elektriciteitscentrales en afvalverbranding. De toepassing van biomassa voor energieproductie is sinds 1990 ruim verdubbeld. In 2003 was er een daling ten opzichte van 2002, met name vanwege de afname van de meestook in elektriciteitscentrales. Echter, in 2004 is de meestook weer verdubbeld. De verbranding van afval en biomassa wordt gebruikt voor zowel de winning van elektriciteit als warmte. Vergisting van biomassa geeft gassen die bij verbranding energie opleveren.

Windenergie groeit fors

In 2004 draagt windenergie voor een kwart bij aan de productie van duurzame energie. De elektriciteitsproductie uit windenergie stijgt de laatste jaren fors door het plaatsen van veel grote windmolens.

Referenties

Relevante informatie

  • Meer informatie over de productie door duurzame energie is te vinden op StatLine (CBS).

Technische toelichting

Technische toelichting

De hoeveelheid duurzame energie wordt uitgedrukt in het aantal terajoules vermeden primaire energie (dit is de hoeveelheid vermeden fossiele energiedragers). De informatie in de tabel is afkomstig uit enquêtes van het CBS, uit het duurzame stroomcertificaten beheer van CertiQ en voor de jaren tot en met 2002 uit deelinventarisaties uitgevoerd door Ecofys en KEMA. De methode voor het berekenen van de duurzame energie is vastgelegd in het Protocol Monitoring Duurzame Energie (SenterNovem, 2004). Als gevolg van de recente herziening van het Protocol en verbeterd statistisch grondmateriaal is de tijdreeks voor duurzame energie in juni 2005 herzien (CBS, 2005c).

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2005). Productie van duurzame energie, 1990-2004 (indicator 0385, versie 07 , 20 september 2005 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.