Compendium voor de Leefomgeving
477 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Ecosystemen

Bruinvis langs de Nederlandse kust, 1970 - 2011

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

De bruinvis was eeuwenlang algemeen langs de Nederlandse kust, maar is in de loop van de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw verdwenen. Sinds de jaren negentig neemt de soort hier weer toe.

Steeds meer bruinvissen in de Nederlandse Noordzee

Eeuwenlang was de bruinvis een algemene soort van de Nederlandse kustwateren. Vanaf 1940 nam het aantal echter sterk af. De soort verdween tegelijkertijd uit grote delen van de zuidelijke Noordzee. De oorzaak voor deze afname is niet bekend.
Vanaf eind jaren tachtig van de vorige eeuw neemt het aantal in de kustzone waargenomen bruinvissen sterk toe. Aanvankelijk vooral in de wintermaanden, maar tegenwoordig komen van september tot en met april duizenden bruinvissen in de kustwateren. Ook verder van de kust zijn bruinvissen nu talrijk. Een drietal tellingen vanuit vliegtuigen in 2010-2011 laat zien dat er in juli 2010 circa 26.000, in oktober/november 2010 30.000 en in maart 2011 zo'n 86.000 bruinvissen in het Nederlands deel van de Noordzee verbleven. (In de figuren is dit weergeven als aantal waargenomen bruinvissen per km²) In maart 2012 werden 66.000 bruinvissen in dit gebied geteld (Hiervan geen kaart beschikbaar). Zowel vanaf de kust als op open zee worden jonge kalfjes waargenomen en in de zomer spoelen geregeld zwangere wijfjes en pas geboren jongen aan, wat laat zien dat de soort in Nederlandse wateren reproduceert.

Populaties verplaatsen zich richting Nederland

De gesignaleerde toename van bruinvissen langs de kust is hoogstwaarschijnlijk niet het gevolg van een gegroeide populatie, maar betreft een verschuiving van dieren vanuit de noordelijke Noordzee naar het zuiden.
De verplaatsing hangt wellicht samen met een verminderd aanbod van zandspiering in de noordelijke Noordzee. Of de voedselsituatie in de zuidelijke Noordzee is verbeterd is echter onbekend. Analyse van de maaginhouden van bruinvissen aangespoeld op de Nederlandse kust laat zien dat deze voornamelijk grondels, wijting, zandspiering en haringachtigen hadden gegeten. Vergelijking hiervan met geavanceerde methodes voor dieetonderzoek suggereert dat deze prooien met name dichter bij de kust worden gegeten, terwijl verder van de kust pelagische en scholende vis een grotere rol in het dieet spelen.

Meer bruinvissen stranden

Tegelijk met de aantalstoename in de kustzone is het aantal strandingen van dode bruinvissen sterk toegenomen, tot honderden per jaar. Het hoogste jaartotaal tot en met 2012 bedraagt 862 geregistreerde strandingen in 2011. Doodsoorzaken zijn onder andere verdrinking in vistuig, infectieziektes, verhongering en mogelijk aanvaringen met scheepsschroeven. Een recent verkregen inzicht is dat predatie door (grijze) zeehonden hier ook een rol kan spelen.

Onderzoek naar bruinvissen

In 2011 is het beschermingsplan bruinvis gepresenteerd. Het plan geeft een overzicht van bedreigingen en mogelijke beschermingsmaatregelen en pleit tegelijk voor meer onderzoek. Zo zijn er vragen over de gevolgen van bijvangst van bruinvissen in de beroepsvisserij en effecten van onderwatergeluid op de populatie. Met uitvoering van de maatregelen en het onderzoek uit het beschermingsplan, kan Nederland voldoen aan de belangrijkste verplichtingen ten aanzien van de instandhouding van de bruinvispopulatie, die voortvloeien uit internationale verdragen en overeenkomsten.

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Bruinviswaarnemingen, bruinvisstrandingen

Omschrijving

Waarnemingen van bruinvissen vanaf de kust, 1970-2007, Strandingen van bruinvissen op de kust, 1970-2011, Vliegtuigtellingen van bruinvissen, 2010-2011

Verantwoordelijk instituut

Nederlandse Zeevogelgroep, Koninklijk NIOZ, IMARES Wageningen UR, NBC-Naturalis

Berekeningswijze

Aantallen zijn gebaseerd op waarnemingen tijdens systematische zeetrektellingen en op waarnemingen gerapporteerd door derden. De totale aantallen zijn gecorrigeerd voor het aantal uur dat is waargenomen (n uur -1). Populatieschattingen op grond van vliegtuigtellingen zijn gebaseerd op lijn-transect methoden waarbij gecorrigeerd wordt voor niet-gedetecteerde individuen.

Basistabel

c-1250-001g-clo-04-nl en c-1250-002g-clo-04-nl

Geografisch verdeling

Nederlandse kustwateren, Nederlandse kust

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur

Camphuysen C.J. & Peet G. 2006. Walvissen en dolfijnen in de Noordzee. Fontaine Uitgevers, Kortenhoef.Camphuysen C.J., C. Smeenk, M.J. Addink, H. van Grouw & O.E. Jansen 2008. Cetaceans stranded in the Netherlands from 1998 to 2007. Lutra 51(2): 87-122.Camphuysen C.J. & A. Trouwborst 2009. De Bruinvis in de Noordzee: ongrijpbaar visvarken verstrikt in visnetten en regelgeving. De Levende Natuur 110: 253-256Camphuysen C.J. & M.L. Siemensma (2011) Conservation plan for the Harbour Porpoise Phocoena phocoena in The Netherlands: towards a favourable conservation status. NIOZ Report 2011-07, Royal Netherlands Institute for Sea Research, TexelGeelhoed S.C.V., Scheidat M., van Bemmelen R.S.A. & G. Aarts 2013. Abundance of harbour porpoises (Phocoena phocoena) on the Dutch Continental Shelf, aerial surveys in July 2010-March 2011. Lutra 56(1)Geelhoed S., M. Scheidat, G. Aarts, R.S.A. an Bemmelen (2013). Marine mammal surveys in Dutch waters in 2012. IMARES rapport C038/13.Haelters, J., F. Kerckhof, T. Jauniaux, & S. Degraer (2012) The Grey Seal (Halichoerus grypus) as a predator of Harbour Porpoises (Phocoena phocoena)? Aquatic Mammals 38(4): 343-353.Jansen, O.E. (2013) Fishing for food. Feeding ecology of harbour porpoises Phocoena phocoena and white-beaked dolphins Lagenorhynchus albirostris in Dutch waters. PhD thesis. IMARES, Wageningen.Marine Mammal Database, Nederlandse Zeevogelgroep Texel.

Opmerking

Er zijn geen recente gegevens beschikbaar van waarnemingen vanaf de kust. In het najaar van 2013 wordt deze informatie verwacht.

Betrouwbaarheidscodering

B Schatting gebaseerd op een groot aantal (zeer accurate) metingen, waarbij representativiteit van de gegevens vrijwel volledig is

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2013). Bruinvis langs de Nederlandse kust, 1970 - 2011 (indicator 1250, versie 04 , 12 juli 2013 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.