Biodiversiteit

Exoten in de Nederlandse flora

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

De afgelopen eeuwen zijn er zeker 233 nieuwe plantenexoten bij gekomen in Nederland. Het aandeel exoten bedraagt nu 16% van de Nederlandse flora. Per periode van 25 jaar is het aantal nieuwe exotische soorten vanaf 1900 min of meer stabiel.

Herkomst plantenexoten

De meeste soorten plantenexoten zijn afkomstig uit Europa, waarvan het grootste deel uit Zuid-Europa. Na de ontdekking van Amerika door Columbus is het aandeel plantensoorten (79 soorten) uit Amerika sterk gegroeid. Na Europa en Amerika staat Azië met 26 soorten op de derde plaats. Uit Afrika en Australië komen maar weinig soorten. Dit zal ook samenhangen met de andere klimaten in deze werelddelen.

Aankomst plantenexoten

Ten opzichte van de 19e eeuw zijn er in de 20e eeuw een groter aantal plantenexoten ingeburgerd in Nederland. Gedurende de 20e eeuw is er een constante toestroom van nieuwe soorten. Oorzaken van de toegenomen inburgering van soorten zijn de toegenomen transport van planten, plantendelen of zaden naar Nederland, verwildering van tuin- en aquariumplanten, vergroting van de oppervlakte geschikt biotoop en mogelijk ook de verandering van het klimaat.

Knolcyperus

Sommige soorten breiden zich zo explosief uit, dat er maatregelen moeten worden genomen om deze uitbreiding te stoppen. Een voorbeeld is de knolcyperus die omstreeks 1975 ons land bereikte. Omdat het een zeer lastig onkruid is, is het volgens een verordening van het Productschap Tuinbouw verboden planten te telen op een perceel waarop de aanwezigheid van knolcyperus is aangetoond.

Grote waternavel

Een ander voorbeeld is de grote waternavel die sinds 1994 problemen veroorzaakt in de Nederlandse wateren. Op veel plaatsen bedekt deze snelgroeiende plant grote oppervlakten. Per 1 januari 2001 heeft het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij een verkoop-en bezitsverbod afgekondigd voor deze soort.

Referenties

  • Tamis, W.L.M., R. van der Meijden, J. Runhaar, R.M. Bekker, W.A. Ozinga, B. Odé en I. Hoste (2004). Standaardlijst van de Nederlandse flora 2003. Gorteria jrg. 30 (4/5): 101-195.

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Exoten in de Nederlandse flora

Omschrijving

Aantal plantenexoten per herkomst en per periode van binnenkomst

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek

Berekeningswijze

De figuren zijn een bewerking van gegevens uit de Standaardlijst van de Nederlandse flora (2005). Ze hebben betrekking op alle plantensoorten die van buiten Nederland zich hier gevestigd hebben en inmiddels als ingeburgerd worden beschouwd. Met behulp van de website www.nederlandsesoorten.nl zijn aan de hand van de status de soorten die wel nieuw zijn, maar toch als inheems worden beschouwd, vastgesteld. Deze 30 soorten zijn niet in de analyse meegenomen. De soortenlijst met categorieën en selectie staat in een afzonderlijke tabel.

Basistabel

Zie figuurdata onder Download figuurdata

Geografisch verdeling

Nederland

Andere variabelen

geen

Verschijningsfrequentie

onregelmatig

Achtergrondliteratuur

Tamis, W.L.M., R. van der Meijden, J. Runhaar, R.M. Bekker, W.A. Ozinga, B. Odé en I. Hoste (2004). Standaardlijst van de Nederlandse flora 2003. Gorteria jrg. 30 (4/5): 101-195.

Opmerking

geen

Betrouwbaarheidscodering

Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2006). Exoten in de Nederlandse flora (indicator 1398, versie 02 , 1 juni 2006 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.