Compendium voor de Leefomgeving
462 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Natuurlijke hulpbronnen

Visbestanden in de Noordzee, 1947-2012

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

In 2012 heeft het bestand volwassen schol het hoogste niveau sinds het eind van de jaren 50. Ook de haring- en tongstand bevindt zich boven de voorzorgsgrens. Het bestand volwassen kabeljauw is nog steeds in gevaar en ligt nu 15 jaar onder de limietgrens.

Haring

De omvang van het bestand volwassen haring fluctueert sterk als gevolg van enerzijds overbevissing en anderzijds vangstbeperkende maatregelen. Na de sluiting van de haringvisserij begin jaren zeventig heeft de haringstand zich weer hersteld. Vanaf 1983 is de visserij op haring weer toegestaan. Vlak na 1990 zorgde overbevissing opnieuw voor een aanzienlijke afname van de haringstand. Door enkele sterke jaarklassen (1998, 2000) en vangstbeperkende maatregelen (1996: halvering toegestane haringvangst, beperking industrievisserij) groeide het haringbestand weer, en ligt zij sinds 1998 weer boven of rond de voorzorgsgrens van 1,3 miljard kg volwassen vis in de Noordzee. In 2012 bevindt het bestand volwassen haring zich met 2,3 miljard kg (schatting) ruim boven de voorzorgsgrens.

Kabeljauw

Het bestand volwassen kabeljauw vertoont al sinds het begin van de jaren zeventig van de vorige eeuw een dalende trend. Sinds 1984 ligt het bestand onder de voorzorgsgrens van 150 miljoen kg en sinds 1998 onder de limietgrens van 70 miljoen kg. Dit laatste betekent dat er zo weinig volwassen kabeljauw in de Noordzee zwemt dat de voortplanting van de soort in gevaar komt. Na een historisch dieptepunt van 26 miljoen kg in 2006 is het kabeljauwbestand de laatste jaren weer iets toegenomen tot 65 miljoen kg in 2012.
De Europese Unie stelde in 2004 herstelmaatregelen vast voor de kabeljauwbestanden in onder andere de Noordzee, Skagerrak en het oostelijk deel van het Kanaal (EG 423/2004). Omdat deze verordening weinig effectief bleek (het kabeljauwbestand vertoonde door te hoge bijvangsten nauwelijks herstel), werd in 2008 in een nieuwe verordening (EG 1342/2008) een langetermijn herstelplan vastgesteld dat gericht is op de verdere verlaging van de visserijsterfte.

Schol

Na een piek in de tweede helft van de jaren tachtig daalde het bestand volwassen schol begin jaren negentig in enkele jaren sterk om daarna gedurende een periode van ruim 10 jaar rond de voorzorgsgrens (230 miljoen kg) te bijven schommelen. Na 2007 herstelde het bestand zich sterk als gevolg van de verminderde visserijsterfte door een structurele verlaging van de TAC sinds eind jaren 90.. De scholstand vertoont de laatste 10 jaar een sterke stijging: van circa 200 miljoen kg in 2002-2004 tot een historisch hoog niveau van bijna 600 miljoen kg in 2012.

Tong

Het bestand volwassen tong fluctueert vooral door sterke schommelingen in het aantal nakomelingen. Door overbevissing worden sterke jaarklassen (jaren met een grote productie van nakomelingen) weer snel opgevist. In de jaren zeventig en tachtig bevond de tongstand zich rond de voorzorgsgrens van 35 miljoen kg. Na een aantal jaren met een hoge stand begin jaren negentig daalde de omvang van het bestand weer en fluctueert sindsdien tussen de voorzorgsgrens en limietgrens. In 2012 ligt het bestand volwassen vis met 47 miljoen kg net iets boven de voorzorgsgrens.

Uitleg voorzorgsgrens en limietgrens

Voor het visserijbeheer is in de jaren 90 van de vorige eeuw de voorzorgbenadering op basis van het bestand volwassen vis ontwikkeld. Doel hiervan was overbevissing te voorkomen en de visbestanden gezond te houden zodat zij voor voldoende nakomelingen kunnen zorgen. Centraal in dit beheer staan de voorzorgsgrens en limietgrens. Daalt door overbevissing de omvang van een bestand volwassen vis tot onder de voorzorgsgrens, dan moeten maatregelen genomen worden om te voorkomen dat door verdere overbevissing het bestand verder daalt. Beneden de limietgrens komt de voortplanting in gevaar en is de kans op natuurlijk herstel gering omdat er nog maar weinig volwassen vis is om voor de voortplanting te zorgen.

Van bestand volwassen vis naar visserijsterfte

Uiterlijk 1 januari 2013 zal de Europese Unie een nieuw gemeenschappelijke visserijbeleid vaststellen en invoeren voor de komende 10 jaar. Centraal hierin staat het begrip duurzaamheid, zowel vanuit ecologisch, economisch als sociaal oogpunt (Maximum Sustainable Yield, MSY) (Europese Commissie, 2011). In het nieuwe beleid zal naast de omvang van het visbestand ook de hoogte van de visserijsterfte maatgevend zijn voor het beheer.

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Visbestanden in de Noordzee

Omschrijving

Ontwikkeling van de bestanden volwassen haring, kabeljauw, schol en tong in de Noordzee.

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van gegevens van de Internationale Raad voor het Onderzoek van de Zee (ICES).

Berekeningswijze

De visbestanden worden geschat op basis van onderzoek door de Internationale Raad voor het Onderzoek van de Zee (ICES). De website van ICES geeft meer informatie over de onderzoeksmethode, onder andere in de brochure Fish stocks: counting the uncountable?.

Basistabel

De website van ICES geeft een zoeksysteem voor het opzoeken van gegevens over o.a. bestandsomvang, vangst en visserijsterfte per soort en zeegebied.

Geografisch verdeling

Noordzee (ICES IV) plus Skagerrak, Kattegat (ICES IIIa) en het oostelijk deel van het Kanaal (ICES VIId) voor haring. Noordzee (ICES IV) plus Skagerrak (deel van ICES IIIa) en oostelijk deel van het Kanaal (ICES VIId) voor kabeljauw.Noordzee (ICES IV) voor schol en tong.

Andere variabelen

Bestandsomvang, aanwas nieuwe rekruten (eenjarige vis), Total Allowable Catch (TAC), quotum per land, totale vangst, vangst per land, visserijsterfte voor diverse commerciƫle vissoorten en zeegebieden.

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur

Website van de Internationale Raad voor het Onderzoek van de Zee (ICES).

Opmerking

In 2012 heeft ICES een nieuw berekeningsmodel toegepast om de bestandsomvang voor haring te berekenen. Hierdoor komt voor alle jaren de bestandsomvang hoger uit dan de gegevens die in de vorige versie van deze indicator zijn gepubliceerd.

Betrouwbaarheidscodering

C (schatting op basis van een groot aantal (accurate) metingen en modelberekening; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd)

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2012). Visbestanden in de Noordzee, 1947-2012 (indicator 0073, versie 13 , 3 oktober 2012 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.