Compendium voor de Leefomgeving
462 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Natuurlijke hulpbronnen

Visbestanden in de Noordzee, 1947-2014

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

In 2014 heeft het bestand volwassen schol het hoogste niveau sinds het eind van de jaren 50. Ook de haring- en tongstand bevinden zich boven de voorzorgsgrens. Het bestand volwassen kabeljauw ligt in 2014 net onder het niveau van de limietgrens.

Haring

De omvang van het bestand volwassen haring fluctueert sterk als gevolg van enerzijds bevissing en anderzijds vangstbeperkende maatregelen. Na de sluiting van de haringvisserij begin jaren zeventig heeft de haringstand zich weer hersteld. Vanaf 1983 is de visserij op haring weer toegestaan. Vlak na 1990 zorgde overbevissing opnieuw voor een aanzienlijke afname van de haringstand. Door enkele sterke jaarklassen (1998, 2000) en vangstbeperkende maatregelen (1996: halvering toegestane haringvangst, beperking industrievisserij) groeide het haringbestand weer, en ligt zij sinds 1998 weer boven of rond de voorzorgsgrens van 1,3 miljard kg volwassen vis in de Noordzee. In 2014 bevindt het bestand volwassen haring zich met 1,9 miljard kg ruim boven de voorzorgsgrens.

Kabeljauw

Het bestand volwassen kabeljauw vertoont al sinds het begin van de jaren zeventig van de vorige eeuw een dalende trend. Sinds 1984 ligt het bestand onder de voorzorgsgrens van 150 miljoen kg en sinds 1996 onder de limietgrens van 70 miljoen kg. Dit laatste betekent dat er zo weinig volwassen kabeljauw in de Noordzee zwemt dat de voortplanting van de soort in gevaar komt. Na een historisch dieptepunt van 22 miljoen kg in 2006 is het kabeljauwbestand de laatste jaren weer toegenomen. In 2014 ligt de stand met 69 miljoen kg net onder de limietgrens.
De Europese Unie stelde in 2004 herstelmaatregelen vast voor de kabeljauwbestanden in onder andere de Noordzee, Skagerrak en het oostelijk deel van het Kanaal (EG 423/2004). Omdat deze verordening weinig effectief bleek te hebben (het kabeljauwbestand vertoonde door te hoge bijvangsten nauwelijks herstel), werd in 2008 in een nieuwe verordening (EG 1342/2008) een langetermijn herstelplan vastgesteld dat gericht is op de verdere verlaging van de visserijsterfte.

Schol

Na een piek in de tweede helft van de jaren tachtig daalde het bestand volwassen schol begin jaren negentig in enkele jaren sterk om daarna gedurende een periode van ruim 10 jaar rond de voorzorgsgrens (230 miljoen kg) te blijven schommelen. Na 2008 herstelt het bestand zich sterk als gevolg van de verminderde visserijsterfte. In deze periode groeit de scholstand van 250 miljoen kg in 2008 naar een historisch hoog niveau van 670 miljoen kg in 2014.

Tong

Het bestand volwassen tong fluctueert vooral door sterke schommelingen in het aantal nakomelingen. Door overbevissing worden sterke jaarklassen (jaren met een grote productie van nakomelingen) weer snel opgevist. In de jaren zeventig en tachtig bevond de tongstand zich rond de voorzorgsgrens van 35 miljoen kg. Na een aantal jaren met een hoge stand begin jaren negentig daalde de omvang van het bestand weer en fluctueert sindsdien de meeste jaren tussen de voorzorgsgrens en limietgrens. In 2014 ligt het bestand volwassen vis met 47 miljoen kg boven de voorzorgsgrens.

Uitleg voorzorgsgrens en limietgrens

Voor het visserijbeheer is in de jaren 90 van de vorige eeuw de voorzorgbenadering op basis van het bestand volwassen vis ontwikkeld. Doel hiervan was overbevissing te voorkomen en de visbestanden gezond te houden zodat zij voor voldoende nakomelingen kunnen zorgen. Centraal in dit beheer staan de voorzorgsgrens en limietgrens. Daalt door overbevissing de omvang van een bestand volwassen vis tot onder de voorzorgsgrens, dan moeten maatregelen genomen worden om te voorkomen dat door verdere overbevissing het bestand verder daalt. Beneden de limietgrens komt de voortplanting in gevaar en is de kans op natuurlijk herstel gering omdat er nog maar weinig volwassen vis is om voor de voortplanting te zorgen.

Van bestand volwassen vis naar visserijsterfte

Door de Europese Raad en het Parlement is een nieuw Gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) overeengekomen dat sinds 1 januari 2014 van kracht is. Met het nieuwe GVB moeten de visbestanden weer op een duurzaam niveau komen, moet een einde worden gemaakt aan verspillende visserijpraktijken, en worden nieuwe mogelijkheden gecreëerd voor werkgelegenheid en groei in kustgebieden. Om deze doelen te bereiken wordt teruggooi verboden, krijgt de sector meer bevoegdheden, wordt de besluitvorming gedecentraliseerd, krijgt aquacultuur voorrang, wordt kleinschalige visserij ondersteund, wordt de wetenschappelijke kennis over de visstand verbeterd en neemt de EU, in het licht van de internationale overeenkomsten, ook in buitenlandse wateren haar verantwoordelijkheid.
Centraal in het nieuwe visserijbeleid staat het begrip duurzaamheid, zowel vanuit ecologisch, economisch als sociaal oogpunt (Maximum Sustainable Yield, MSY). In het nieuwe beleid is naast de omvang van het visbestand ook de hoogte van de visserijsterfte maatgevend voor het beheer (Europese Commissie, 2011).

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Visbestanden in de Noordzee

Omschrijving

Ontwikkeling van de bestanden volwassen haring, kabeljauw, schol en tong in de Noordzee.

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van gegevens van de Internationale Raad voor het Onderzoek van de Zee (ICES).

Berekeningswijze

De visbestanden worden geschat op basis van onderzoek door de Internationale Raad voor het Onderzoek van de Zee (ICES). De website van de ICES geeft in de "Series of ICES Survey Protocols (SISP)" handleidingen met beschrijvingen van de protocollen en procedures die gebruikt worden in de door ICES gecoördineerde ecologische en visserij inventarisaties zoals de. Manual for the International Bottom Trawl Surveys (ICES, 2012).

Geografisch verdeling

Noordzee (ICES IV) plus Skagerrak, Kattegat (ICES IIIa) en het oostelijk deel van het Kanaal (ICES VIId) voor haring. Noordzee (ICES IV) plus Skagerrak (ICES IIIa West) en oostelijk deel van het Kanaal (ICES VIId) voor kabeljauw.Noordzee (ICES IV) voor schol en tong.

Andere variabelen

Bestandsomvang, aanwas nieuwe rekruten (eenjarige vis), Total Allowable Catch (TAC), quotum per land, totale vangst, vangst per land, visserijsterfte voor diverse commerciële vissoorten en zeegebieden.

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur

Herring in Subarea IV and Divisions IIIa and VIId (North Sea autumn spawners) (ICES, 2014a).Cod in Subarea IV (North Sea) and Divisions VIId (Eastern Channel) and IIIa West (Skagerrak) (ICES, 2014b).Plaice in Subarea IV (North Sea) (ICES, 2014c). Sole in Subarea IV (North Sea) (ICES, 2014d).

Betrouwbaarheidscodering

C (schatting op basis van een groot aantal (accurate) metingen en modelberekening; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd)

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2014). Visbestanden in de Noordzee, 1947-2014 (indicator 0073, versie 15 , 14 oktober 2014 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.