Compendium voor de Leefomgeving
494 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Milieubeleid en milieumaatregelen

Nationale luchtkwaliteit: overzicht normen

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Op 11 juni 2008 trad de nieuwe luchtkwaliteitsrichtlijn van de Europese Unie (EU) in werking. De richtlijn bevat normen voor de concentraties van stoffen in de buitenlucht ter bescherming van mens en natuur. Deze richtlijn kwam in de plaats van de kaderrichtlijn luchtkwaliteit (uit 1996) en drie dochterrichtlijnen (uit 1999, 2000, en 2004). De vierde dochterrichtlijn (uit 2005) wordt naar verwachting later ondergebracht in de nieuwe richtlijn. De EU-normen zijn via de Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen) geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving.

Nieuwe Europese Luchtkwaliteitsrichtlijn

De belangrijkste elementen in de nieuwe richtlijn zijn:

  • De normen uit de oude richtlijnen blijven van kracht. Daarbovenop komen nieuwe normen en meetverplichtingen voor de fijnere fractie van fijn stof, PM2,5. Nieuw daarbij is de aanpak om ook de gemiddelde stadsachtergrondconcentratie PM2,5 te reguleren. Deze aanpak is gericht op het grootschalig terugdringen van de blootstelling van mensen aan fijn stof, naast het beperken van lokale hoge concentraties langs bijvoorbeeld straten en wegen.
  • De nieuwe richtlijn geeft de mogelijkheid om later te voldoen aan grenswaarden als een lidstaat aannemelijk maakt dat na afloop van de uitsteltermijn wel wordt voldaan aan de grenswaarden. Voor PM10 is uitstel (derogatie) mogelijk tot 2011 en voor NO2 tot 2015. Deze mogelijkheid tot uitstel is een versoepeling ten opzichte van de oorspronkelijke richtlijnen.
  • De nieuwe richtlijn regelt expliciet de aftrek van fijn stof afkomstig van natuurlijke bronnen bij het vaststellen van overschrijdingsituaties. Sinds 2005 wordt in Nederland de bijdrage van zeezout ook al buiten beschouwing gelaten bij het vaststellen van overschrijdingen van de grenswaarden voor PM10 op basis van de eerdere richtlijnen.
  • In de nieuwe Richtlijn is een artikel opgenomen over waar de normen ter bescherming van de volksgezondheid moeten worden gehandhaafd. Handhaving hoeft niet op plaatsen waar toegang voor het algemene publiek verboden is en geen permanente bewoning is.

Europese Commissie geeft Nederland extra tijd om aan normen te voldoen

In juli 2008 heeft Nederland de Europese Commissie laten weten dat Nederland gebruik wil maken van de mogelijkheid om later te voldoen aan de normen voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2). In april 2009 heeft de Europese Commissie met deze derogatie ingestemd. Aan de grenswaarde voor PM10 moet nu uiterlijk drie jaar na de datum van inwerkingtreding van de luchtkwaliteitsrichtlijn worden voldaan, dat wil zeggen vanaf 11 juni 2011. Aan de grenswaarde voor NO2 moet vanaf 1 januari 2015 worden voldaan; alleen voor de agglomeratie Heerlen-Kerkrade geldt dat vanaf 1 januari 2013. De Europese Commissie achtte de problematiek daar minder omvangrijk en daardoor meer uitstel ook niet nodig.

Overzicht luchtkwaliteitsnormen

De onderstaande tabel bevat een overzicht van de belangrijkste normen uit de EU-richtlijnen. In de tabel is aangegeven of de norm gericht is op bescherming van de gezondheid van mensen of bescherming van de natuur. Ook de juridische status van de norm is aangegeven. Voor grenswaarden geldt een resultaatverplichting om eraan te voldoen, voor streefwaarden geldt een inspanningsverplichting. In de tabel vindt u ook links naar webpagina's in het Milieucompendium met actuele cijfers over de betreffende norm. Ontbreekt een link, dan zijn er in het Milieucompendium verder geen gegevens opgenomen.
 

Europese luchtkwaliteitnormen
Stof Gericht op Norm Niveau Status
         
Zwaveldioxide
(SO2)
mens Zwaveldioxideconcentratie - getoetst aan de norm voor volksgezondheid 1992-2002 125 µg/m3 grenswaarde
  mens uurgemiddelde; overschrijding is toegestaan op niet meer dan 24 uur per jaar. 350 µg/m3 grenswaarde
  mens uurgemiddelde; waargenomen gedurende drie opeenvolgende uren in een gebied van minimaal 100 km2. 500 µg/m3 alarmdrempel
  natuur Zwaveldioxide in lucht, 1990-2012 20 µg/m3 grenswaarde
         
Stikstofdioxide
(NO2)
mens Stikstofdioxide in lucht, 1990-2017 40 µg/m3 grenswaarde
geldig vanaf 20101)
         
  mens NO2-piekconcentraties in Nederland, 1986-2002 200 µg/m3 grenswaarde
geldig vanaf 20101)
         
  mens uurgemiddelde; waargenomen gedurende drie opeenvolgende uren in een gebied van minimaal 100 km2. 400 µg/m3 alarmdrempel
         
Stikstofoxiden
(NOx)
natuur Stikstofoxiden in lucht, 1990-2012 30 µg/m3 grenswaarde
         
Fijn stof
(PM10)
mens Fijn stof in lucht, jaargemiddelde, 1992-2012 40 µg/m3 grenswaarde2)
  mens Fijn stof (PM10) in lucht, 1992-2015 50 µg/m3 grenswaarde2)
         
         
Fijn stof3)
(PM2,5)
mens jaargemiddelde 25 µg/m3 grenswaarde,
geldig van af 2015
  mens jaargemiddelde, gemiddelde bepaald over metingen op stedelijke achtergrondlocaties 20 µg/m3 grenswaarde,
geldig van af 2015
         
  mens jaargemiddelde, gemiddelde bepaald over metingen op stedelijke achtergrondlocaties 15-20%3) vermindering streefwaarde,
te bereiken in 2020 ten opzichte van 2010
         
  mens jaargemiddelde 25 µg/m3 streefwaarde,
te bereiken in 2010
  mens jaargemiddelde 20 µg/m3 streefwaarde,
te bereiken in 2020
Lood
(Pb)
mens Zwaremetalenconcentraties, 1990-2013 0,5 µg/m3 grenswaarde
         
Benzeen
(C6H6)
mens Benzeen in lucht, 1995-2013 5 µg/m3 grenswaarde
vanaf 2010
         
Koolmonoxide
(CO)
mens Koolmonoxide in lucht, 1990-2013 10.000 µg/m3 grenswaarde
         
Ozon4)
(O3)
mens Ozon in lucht en volksgezondheid, 1990-2012. 120 µg/m3 Streefwaarde,
te bereiken in 2010
  mens uurgemiddelde 180 µg/m3 informatiedrempel
  mens uurgemiddelde; waargenomen gedurende drie opeenvolgende uren in een gebied van minimaal 100 km2. 240 µg/m3 alarmdrempel
  natuur Ozon in lucht en vegetatie, 1990-2012, gemiddeld over 5 jaar 18.000 ?g/m3.h, Streefwaarde,
te bereiken in 2010
         
  natuur Ozon in lucht en vegetatie, 1990-2012, gemiddeld over mei tot en met juli 6.000 ?g/m3.h Streefwaarde,
te bereiken in: niet bepaald
         
Arseen
(As)
mens Zwaremetalenconcentraties, 1990-2013 6 ng/m3 streefwaarde
geldig vanaf 2013
         
Cadmium
(Cd)
mens Zwaremetalenconcentraties, 1990-2013 5 ng/m3 streefwaarde
geldig vanaf 2013
         
Nikkel
(Ni)
mens jaargemiddelde 20 ng/m3 streefwaarde
geldig vanaf 2013
         
Benzo[a]pyreen
(B[a]P)
mens Benzo[a]pyreen in lucht, 1990-2013 1 ng/m3 streefwaarde
geldig vanaf 2013
         
Nederland heeft uitstel gekregen tot 1 januari 2015; alleen voor de agglomeratie Heerlen-Kerkrade geldt het uistel tot 1 januari 2013.
Nederland heeft uitstel gekregen tot 11 juni 2011 (3 jaar na het van kracht worden van de EU-richtlijn).
Zie 'Toelichting normen PM2,5 hieronder.
Zie 'Toelichting normen ozon hieronder.

Toelichting normen PM2,5

  • Er is een grenswaarde voor PM2,5 van 25 μg/m3 die overal geldt vanaf 2015. Daarnaast is er een streefwaarde van 25 μg/m3, te bereiken in 2010, en een indicatieve grenswaarde van 20 μg/m3, te bereiken in 2020.
  • Daarnaast zijn er doelstellingen vastgesteld ten aanzien van de 'gemiddelde blootstellingsindex' (GBI). De gemiddelde blootstellingsindex (GBI) is gebaseerd op het gemiddelde van metingen op stedelijke achtergrondlocaties, en wordt bepaald als gemiddelde over drie jaar. De GBI voor 2010 wordt bepaald over de jaren 2009-2011. De GBI voor andere jaren wordt bepaald als gemiddelde over de laatste 3 jaren. Dus de GBI voor 2015 wordt bepaald als gemiddelde over de jaren 2013-2015, en de GBI voor 2020 over de jaren 2018-2020.
  • Er is een grenswaarde van 20 μg/m3 voor de GBI, waaraan vanaf 2015 moet worden voldaan.
  • Er een streefwaarde om de GBI met 15%-20% te laten dalen tussen 2010 en 2020 (de blootstellingsverminderingsdoelstelling, BVD). De hoogte van de blootstellingsverminderingdoelstelling is nog niet bekend. Een BVD van 15% geldt bij een GBI tussen 13 en 18 μg/m3 in 2010. Als de GBI in 2010 18 μg/m3 of hoger is, geldt een BVD van 20%. In 2013 zal de Europese Commissie deze streefwaarde evalueren en mogelijk omzetten in juridisch bindende grenswaarde.

Toelichting normen ozon

  • De Europese norm voor blootstelling van de bevolking aan hoge ozonconcentraties betreft een streefwaarde van 120 μg/m3 voor de hoogste 8-uursgemiddelde ozonconcentratie per dag. Deze streefwaarde mag in 2010 op niet meer dan 25 dagen per kalenderjaar worden overschreden, gemiddeld over drie jaar. Middeling vindt plaats over het betreffende jaar en de twee voorafgaande jaren.
  • Het hoogste 8-uursgemiddelde van de ozonconcentratie van een dag wordt bepaald door onderzoek van de voortschrijdende gemiddelden over perioden van acht uur die uit uurwaarden berekend en ieder uur bijgewerkt worden. Elk aldus berekend gemiddelde over acht uur geldt voor de dag waarop de periode van acht uur eindigt, dat wil zeggen dat de eerste berekeningsperiode voor een bepaalde dag loopt van 17.00 uur op de dag daarvoor tot 01.00 uur op die dag, en de laatste berekeningsperiode van 16.00 uur tot 24.00 uur.
  • De AOT40 (Accumulated Ozone exposure over a Threshold of 40 ppb) is een voor de natuur relevante maat om ozonconcentraties in uit te drukken. De AOT40 houdt rekening met zowel de mate van overschrijding van de drempelwaarde van 80 µg/m3 (= 40 ppb bij 20°C en 1.105 hPa) als met de tijdsduur van die overschrijding. De berekening van deze norm vindt alleen plaats in de drie zomermaanden mei - juli, van 08:00h tot 20:00h (Midden Europese Tijd).
  • Voor bescherming van de vegetatie is een streefwaarde vastgesteld van 18.000 (µg/m3) x uur, gemiddeld over 5 jaar. Middeling vindt plaats over het betreffende jaar en de vier voorafgaande jaren. Er is een langetermijn-doelstelling vastgesteld van 6.000 (µg/m3) x uur.

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2009). Nationale luchtkwaliteit: overzicht normen (indicator 0237, versie 08 , 2 september 2009 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.