Milieugevaarlijke stoffen

Benzeenconcentratie, 1991-2007

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

De jaargemiddelde benzeenconcentratie is sterk afgenomen sinds 1996 en vanaf 2000 is sprake van een lichte daling. De afgelopen 15 jaar lag de jaargemiddelde benzeenconcentratie onder de norm.

Benzeenconcentraties tot 2000 sterk afgenomen, daarna lichte daling

De gemeten jaargemiddelde benzeenconcentratie vertoont een dalende trend. De daling is het sterkst is op straatstations. Op straatstations is de concentratie in ongeveer tien jaar tijd meer dan gehalveerd. Vanaf 2000 dalen de concentraties nog licht. De daling sinds 1996 is vooral het gevolg van de invoering van de geregelde driewegkatalysator, technische verbeteringen aan personenwagens en de verlaging van het benzeengehalte in benzine. Per 1 januari 2000 is het benzeengehalte in benzine verlaagd van 5% naar 1%. Volgens steekproeven van de milieu-inspectie voldeed het benzeengehalte echter in oktober 1999 al aan deze nieuwe norm. Het gemiddelde benzeengehalte in benzine lag in de jaren negentig tussen 2 en 2,5%. Benzeenemissies door wegverkeer dalen nog steeds ondanks het toenemende verkeersvolume.

Norm wordt niet overschreden

In 2007 bedroeg de jaargemiddelde benzeen achtergrondconcentratie 0,6 µg/m3. De Europese grenswaarde van 5 µg/m3 voor de jaargemiddelde benzeenconcentratie waaraan vanaf 2010 voldaan moet worden, wordt in Nederland al bijna 15 jaar niet meer overschreden.

Hoogste concentraties in stedelijke gebieden met industrie

Verhoogde concentraties treden vooral op in de Randstad. De hoogste waarden treden op in verstedelijkte gebieden met veel industriële activiteit, omdat daar de bijdrage van verkeer, consumenten en grote puntbronnen van op- en overslag van brandstoffen samen gaan. Deze situatie treffen we bijvoorbeeld aan in het Rijnmondgebied en in het Amsterdamse havengebied.

Europese normen voor blootstelling bevolking aan benzeen

De Europese Unie heeft een grenswaarde vastgesteld voor de concentratie van benzeen in lucht ter bescherming van de bevolking tegen effecten van langdurige blootstelling. De grenswaarde is 5 µg/m3 voor de jaargemiddelde concentratie met een overschrijdingsmarge van 100% tot 1 januari 2006. Hierna neemt de overschrijdingsmarge jaarlijks af met 1 µg/m3 tot 0%, zodat vanaf 1 januari 2010 aan de grenswaarde van 5 µg/m3 moet worden voldaan. In 2008 is de herziene Europese richtlijn voor luchtkwaliteit van kracht worden. De grenswaarde voor benzeen is onveranderd ten opzichte van die in de voormalige 2e dochterrichtlijn. Wel wordt de lidstaten extra tijd gegund om de grenswaarde te halen. [Onder de Nederlandse wetgeving is overigens tot 2010 een grenswaarde van 10 µg/m³ als jaargemiddelde van kracht]

Bronnen van benzeen

Benzeen is een vluchtig aromatisch bestanddeel van benzine, waarvoor het wegverkeer de belangrijkste bron vormt. Meer dan de helft van de Nederlandse benzeenemissies is afkomstig van het wegverkeer. De tweede belangrijke bron in Nederland is de verbranding in houtkachels en open haarden, die ongeveer een vijfde van de totale Nederlandse benzeenemissie veroorzaakt. Ruim de helft van het in de Nederlandse lucht aanwezige benzeen is afkomstig van buitenlandse bronnen. Benzeen heeft namelijk een vrij lange levensduur in de atmosfeer (enkele dagen). De hoogste concentraties worden gevonden in stedelijke gebieden met hoge industriële activiteit zoals bij de op- en overslag van benzine en rond snelwegen.

Effecten van benzeen op de gezondheid

Benzeen heeft een toxische werking op het bloed en bloedvormende weefsels. Daarnaast is benzeen carcinogeen, blootstelling kan leiden tot leukemie.
In vergelijking met andere risicofactoren wordt aan aromaten bij de huidige concentraties een beperkt risico toegeschreven. Blootstelling aan sommige aromaten, waarvan benzeen wel de bekendste is, kan een nadelig effect op de gezondheid hebben. Door benzeen veroorzaakte sterfte in Nederland wordt door De Hollander en Brunekreef op drie per jaar geschat. De schatting voor het verlies aan gezondheid gewogen levensjaren (disability adjusted life year, DALY) komt voor benzeen op 140 DALYs/jaar.

Blootstelling bevolking aan benzeenconcentraties

De Nederlandse bevolking wordt aan relatief lage benzeenconcentraties (ruim onder de geldende norm) blootgesteld. In 2007 is minder dan 0,2% van de bevolking langdurig blootgesteld aan jaargemiddelde achtergrondsconcentraties van benzeen boven de 2 µg/m3 (tot maximaal 2,1 µg/m3).

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Technische toelichting

De trend van de jaargemiddelde benzeenconcentratie op regionale en straatstations is gebaseerd op metingen in het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML). De trend voor gebieden met hoge benzeenconcentraties (hoog belast) wordt bepaald door de jaargemiddelde benzeenconcentratie van metingen op minstens drie stations in het Rijnmondgebied van het meetnet van de DCMR Milieudienst Rijnmond. Overige gegevens in de tekst zijn gebaseerd op het landsdekkende beeld voor 2007. Deze jaargemiddelde benzeenkaart is verkregen uit metingen in het LML in combinatie met modelberekeningen. De blootstelling van de bevolking wordt bepaald met behulp van de kaart met jaargemiddelde benzeenconcentraties en een bevolkingsdichtheidskaart.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2008). Benzeenconcentratie, 1991-2007 (indicator 0457, versie 04 , 21 november 2008 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.