Compendium voor de Leefomgeving
494 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Luchtkwaliteit

Verzuring en grootschalige luchtverontreiniging: emissies 1990-2007

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

De emissies van verzurende stoffen, fijn stof en NMVOS zijn sterk afgenomen sinds 1990. Vanaf 2000 nam het reductietempo wel af voor de meeste stoffen, behalve voor stikstofoxiden.

Uitstoot van verzurende stoffen, NMVOS en fijn stof sterk gedaald

De emissies van de verzurende stoffen ammoniak (NH3), stikstofoxiden (NOx) en zwaveldioxide (SO2) zijn fors afgenomen in de periode 1990-2000. Ook de emissies van fijn stof (PM10) en vluchtige organische stoffen (Niet-Methaan-VOS) zijn fors gedaald in deze periode. Ook na 2000 namen de emissies van de meeste stoffen nog steeds verder af, maar minder sterk dan in de periode daarvoor. Alleen de NOX-emissie daalt nog in hetzelfde tempo als de voorgaande periode.

De emissies zijn hier weergegeven volgens de definities van de EU-richtlijn inzake Nationale Emissieplafonds (NEC), dus exclusief de bijdrage van de zeescheepvaart. Luchtverontreinigende emissies van de zeescheepvaart namen juist toe: de NOx en SO2-emissies van de zeescheepvaart zijn tussen 1990 en 2007 met respectievelijk 55% en 35% gestegen.

Ammoniak

De afname van de NH3-emissies met circa 45% sinds 1990 is vrijwel uitsluitend bereikt in de landbouwsector. De emissie nam af als gevolg van de emissiearme aanwending van dierlijke mest en de krimp van de veestapel. De NH3-emissie was circa 135 kton in 2007. Het NEC-emissieplafond voor NH3 bedraagt 128 kton in 2010.

Stikstofoxiden

De NOx-emissies zijn sinds 1990 met circa 46% afgenomen, tot een niveau van 300 kton in 2007. Het NEC-emissieplafond voor NOx bedraagt 260 kton in 2010.
De grootste reductie van de NOx-emissies is bereikt bij verkeer en vervoer door de Europese regelgeving voor uitlaatgasemissies (euronormering voor wegverkeer). Daarnaast namen de emissies van de sectoren industrie, energie en raffinaderijen tot circa 2001 af door energiebesparing bij bedrijven, het verzuringsconvenant met de energiesector en maatregelen bij de industrie. Tussen 2001 en 2003 waren de NOx-emissies van de sectoren industrie, energie en raffinaderijen vrijwel stabiel rond de 100 kiloton. Daarna is de NOx-emissie van deze sectoren weer verder afgenomen, naar 78 kton in 2007. Deze daling wordt met name veroorzaakt door de lagere productie van elektriciteit in Nederland in 2005 en 2006 en door NOx-reductiemaatregelen in de energiesector in 2007.
Verder is er nog een afname van de emissie bij de huishoudens bereikt door een betere isolatie en een toename van het aantal HR-ketels.

Zwaveldioxide

De SO2-emissies zijn sinds 1990 met circa 68% afgenomen, tot een niveau circa 60 kton in 2007. Het NEC-emissieplafond voor SO2 bedraagt 50 kton in 2010.
De afname van de SO2-emissies is voornamelijk het gevolg van het Besluit Emissie-Eisen Stookinstallaties (BEES) voor de energiesector, raffinaderijen en industrie en het verzuringsconvenant met de energiesector. De maatregelen waarmee de reductie werd bereikt zijn:

  • rookgasreiniging bij raffinaderijen, de industrie en de energiesector;
  • overgang van olie- naar gasstook bij raffinaderijen en in de chemische industrie;
  • inzet van kolen met een lager zwavelgehalte in de kolengestookte energiecentrales.


Naast de reductie in de bovengenoemde sectoren is de SO2-emissie van verkeer en vervoer afgenomen door de verlaging van het zwavelgehalte van de brandstoffen.
De SO2-emissies nemen de afgelopen jaren weinig af. De meeste bedrijven voldoen al aan de huidige regelgeving, waardoor een prikkel voor verdere reductie ontbreekt. Circa 80% van de Nederlandse SO2-emissies wordt veroorzaakt door 20 grote bedrijven in de industrie, energiesector en raffinaderijen.

Vluchtige organische stoffen

De NMVOS-emissies zijn sinds 1990 met circa 65% afgenomen, tot een niveau circa 164 kton in 2007. Het NEC-emissieplafond voor NMVOS bedraagt 185 kton in 2010.
De emissies zijn vooral gedaald door maatregelen in het kader van het Koolwaterstoffen 2000-programma en het Nationaal Reductieplan NMVOS (VROM, 2005). Daarnaast zijn de emissies in de verkeerssector gedaald doordat de emissie-eisen voor het wegverkeer (Euro-normen) regelmatig zijn aangescherpt.

Fijn stof (PM10)

De PM10-emissies zijn sinds 1990 met circa 50% afgenomen tot een niveau circa 37 kton in 2007. De afname van de emissies van PM10 heeft vooral plaatsgevonden bij de bedrijven en het (weg)verkeer. De afname bij de bedrijven (industrie, energiesector en raffinaderijen) is met name te danken aan milieuregelgeving, waaronder het Besluit Emissie-Eisen Stookinstallaties (BEES) en de Nederlandse Emissie Richtlijn Lucht (NER). Dit heeft geleid tot maatregelen zoals procesaanpassingen en een toename van het gebruik van filters. De daling bij het wegverkeer is het gevolg van de Europese regelgeving voor uitlaatgasemissies.

Europese emissieplafonds

In de Europese NEC-richtlijn zijn nationale emissieplafonds vastgesteld voor deze stoffen, te realiseren vanaf 2010. De NEC-emissieplafonds voor Nederland zijn:

  • Ammoniak: 128 kton;
  • Stikstofoxiden: 260 kton;
  • Zwaveldioxide: 50 kton;
  • NMVOS: 185 kton.


De emissies van fijn stof vallen niet onder de huidige NEC-richtlijn. De NEC-emissieplafonds zijn een tussenstap op weg naar duurzame emissieniveaus ter bescherming van natuur en gezondheid (VROM, 2001).

Nieuwe inzichten in emissiecijfers

In de Emissieregistratie zijn het afgelopen jaar verschillende nieuwe inzichten verzameld die geleid hebben tot bijstelling van de emissiereeksen voor de sector verkeer en vervoer. De drie belangrijkste methodewijzigingen voor deze sector zijn:

  • Nieuw emissiemodel mobiele werktuigen: TNO heeft afgelopen jaar een nieuw model ontwikkeld voor het berekenen van de emissies van mobiele werktuigen, zoals landbouwtrekkers, graafmachines en vorkheftrucks (Hulskotte et al., 2009). Het model is in hoofdlijnen gebaseerd op verkoopdata van verschillende typen werktuigen en de gemiddelde inzet en levensduur per type. Door deze data te koppelen aan gegevens over het brandstofverbruik per tijdseenheid en de bijbehorende emissiefactoren zijn nieuwe emissiereeksen verkregen. De nieuwe PM10-emissiereeks voor mobiele werktuigen ligt voor de periode 2000-2006 circa 25-30% (0,7-0,9 kton) lager dan die van vorig jaar. De nieuwe NOx-emissiereeks wijkt voor dezelfde periode nauwelijks af van die van vorig jaar: de afname bedraagt maximaal 2% (1 kton).
  • Nieuwe verkeersprestatiereeksen zware bedrijfsvoertuigen: het CBS heeft afgelopen jaar nieuwe reeksen verkeersprestaties vastgesteld voor vrachtauto's en trekkers (trekker-oplegger combinaties). De reeksen geven het totale aantal voertuigkilometers op Nederlands grondgebied door verschillende typen vrachtauto's en trekkers en zijn voor de periode 2001-2007 gebaseerd op data van de Stichting Nationale Auto Pas (NAP). De kilometerstanden uit het NAP geven een relatief nauwkeurig beeld van het gemiddelde jaarkilometrage van bedrijfsvoertuigen. Toepassing van de nieuwe data heeft geleid tot een daling van de NOx-emissiereeksen voor de periode 2000-2006 van circa 1-6 kton ten opzichte van de reeksen van vorig jaar. De nieuwe PM10-emissiereeksen wijken nauwelijks af van die van vorig jaar.
  • Nieuwe voorlopige verkeersprestatiereeksen bestelauto's: De verkeersprestatiereeksen voor bestelauto's zijn afgelopen jaar eveneens opnieuw vastgesteld. De oude reeksen waren gebaseerd op een extrapolatie van gegevens uit enquêtes onder voertuigbezitters uit de jaren 90.Afgelopen jaar zijn op basis van NAP-data nieuwe reeksen verkeersprestaties berekend voor de jaren 2005 en 2006. Deze data is gebruikt om nieuwe voorlopige reeksen vast te stellen voor de periode 1990-2007, gebruikmakend van de gegevens uit de enquêtes en de NAP-data. Gegevens voor tussenliggende jaren door interpolatie zijn verkregen. Het CBS verwacht dit jaar volledige reeksen verkeersprestaties voor bestelauto's vast te stellen. Toepasing van de voorlopige reeksen heeft voor de periode 2000-2006 geleid tot een daling van de NOx-emissiereeksen voor bestelauto's van circa 4-12% (1-2,5 kton).


De totale NOx-emissies van de sector verkeer in 2000 zijn op basis van deze nieuwe inzichten circa 3% (8,4 kton) lager dan vorig jaar, terwijl de NOx-emissies in 2006 circa 0,7% (1,5 kton) lager zijn. De totale PM10-emissies door de sector verkeer in 2000 en 2006 zijn respectievelijk met circa 6% (1,1 kton) en 3% (0,5 kton) gedaald ten opzichte van de vorig jaar gerapporteerde cijfers.

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Uitstoot (emissie) van verzurende stoffen en uitstoot van stoffen die bijdragen aan grootschalige luchtverontreiniging

Omschrijving

Emissies van verzurende en grootschalige luchtverontreinigende stoffen (Zwaveldioxide (SO2), stikstofoxiden (NOx), fijn stof (PM10), vluchtige organische stoffen, exclusief methaan (VOS) volgens de NEC-richtlijn.

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving, in samenwerking in de Emissieregistratie (Centraal Bureau voor de Statistiek, Planbureau voor de Leefomgeving, Rijkswaterstaat-Waterdienst-Dienst Water en gebruik, Wageningen Universiteit-Alterra, SenterNovem, TNO, Deltares).

Berekeningswijze

De emissiegegevens voor de verzurende en grootschalige luchtverontreiniging zijn gepresenteerd volgens de sectorindeling volgens de NEC-richtlijn. Voor de stationaire bronnen komt een deel van de emissiegegevens uit de individuele milieujaarverslagen van bedrijven. Het overige deel wordt bijgeschat op basis van statistische gegevens uit onder andere de energiestatistieken, productiestatistieken van het CBS. Voor een uitgebreide beschrijving van de berekeningsmethoden wordt verwezen naar de methodebeschrijvingen op de website van de Emissieregistratie

Basistabel

Alle data opvraagbaar op Emissieregistratie

Geografisch verdeling

Nederland, provincie, postcode, 5*5 km2 (kaart)

Andere variabelen

Belasting oppervlaktewater, bodem-emissies, emissies oppervlaktewater, lucht-emissies, lucht-emissies volgens IPCCIn totaal circa 300 stoffenCirca 1600 emissie-oorzaken en circa 1000 (individuele) puntbronnen

Verschijningsfrequentie

In mei definitieve cijfers t-2; in september voorlopige cijfers t-1. De hier gepresenteerde cijfers zijn de definitieve emissiecijfers voor de periode 1990-2007, zoals vastgesteld door de Emissieregistratie in april 2009.

Achtergrondliteratuur

Methoden: op de website van Emissieregistratie achter Overzicht documentenBegrippen: op de website van Emissieregistratie achter Begrippenlijst

Opmerking

De emissiegegevens voor de verzurende en grootschalige luchtverontreiniging zijn gepresenteerd volgens de sectorindeling volgens de NEC-richtlijn. Voor de stationaire bronnen komt een deel van de emissiegegevens uit de individuele milieujaarverslagen van bedrijven. Het overige deel wordt bijgeschat op basis van statistische gegevens uit onder andere de energiestatistieken, productiestatistieken van het CBS. Zie voor de NEC-indeling Samenstelling doelgroepen van het milieubeleid

Betrouwbaarheidscodering

C (Gemiddeld; afhankelijk van emissieoorzaak en stof)

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2009). Verzuring en grootschalige luchtverontreiniging: emissies 1990-2007 (indicator 0183, versie 13 , 19 mei 2009 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.