Natuurbeleid en natuurbescherming

Ledenaantal particuliere natuur- en milieuorganisaties, 1989 - 2019

De totale aanhang van de vier grootste natuurorganisaties is in 2019 verder gedaald tot 1.776.711 leden. Dat is een daling van 2,7% vergeleken met 2018. Natuurmonumenten heeft de meeste leden in 2019 (730.183), gevolgd door het Wereld Natuur Fonds (606.000). De andere grote natuurorganisaties zijn Provinciale Landschappen met 299.490 leden en de Vogelbescherming met 141.038 leden.

Ledenaantallen in 2019

De totale aanhang van de vier grootste natuurorganisaties is in 2019 wederom gedaald (1.776.711). Jarenlang was WNF de grootste, maar sinds 2017 is dat Natuurmonumenten. Ook in 2019 nam het aantal leden bij deze organisatie toe met 2,4% ten opzichte van 2018. Natuurmonumenten heeft de steun van circa 9% van de Nederlandse huishoudens.

De daling van het ledenaantal bij WNF zet ook in 2019 verder door. De organisatie verloor bijna 10% van haar leden ten opzichte van 2018. De Landschappen en de Vogelbescherming verloren licht.

Particuliere natuurbeschermingsorganisaties spelen in Nederland een grote rol bij het beheer van natuurgebieden en het vormen van maatschappelijk draagvlak voor natuur en landschap. Natuurmonumenten en de gezamenlijke Provinciale Landschappen richten zich op beheer en aankoop van Nederlandse natuur, het WNF richt zich op bescherming van wereldwijde natuur.

Trends in de ledenaantallen

In de jaren negentig groeide de aanhang van de grotere natuurorganisaties sterk, maar na de periode 2002-2003 veranderde dit. WNF en Natuurmonumenten hebben vanaf dat moment te kampen met een afnemend ledenaantal. Sinds 2012 neemt het ledenaantal gemiddeld gezien licht af en die daling zet door. De aanhang van de Provinciale Landschappen en de Vogelbescherming is sinds 2004 vrij stabiel.

Beperkte gegevens beschikbaar over 2019

Over 2019 zijn uitsluitend de gegevens van de vier grootste natuurorganisaties beschikbaar.

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Ledenaantal particuliere natuur- en milieuorganisaties.

Omschrijving

De ledenaantallen van natuurbeschermingsorganisaties sinds begin jaren negentig en de ledenaantallen van de vier grootste natuurorganisaties in 2019.

Verantwoordelijk instituut

Wageningen Environmental Research (WEnR) Auteur: Tineke de Boer

Berekeningswijze

De informatie is tot 2003 afkomstig van de ledenadministraties van de Natuurmonumenten, WNF, De 12 Landschappen en Vogelbescherming Nederland. Van het WNF zijn alleen de volwassen leden meegeteld. Vanaf 2003 is het ledenaantal van het WNF inclusief de jeugdleden.De overige ledenaantallen en de ledenaantallen vanaf 2003 zijn overgenomen uit de Vroege Vogels Parade van de VARA. Er zijn afwijkingen mogelijk tussen de voorgenoemde ledenadministraties en de gegevens van de Vroege Vogels Parade, omdat de gegevens uit de Parade schattingen zijn die een maand voor het einde van het jaar worden gemaakt. Sinds 2016 wordt geen Vroege Vogel Parade meer gemaakt. Daarom heeft WEnR alleen de gegevens van de vier belangrijkste natuurorganisaties verzameld. De gegevens van het WNF en Natuurmonumenten komen uit hun jaarverslagen. De gegevens van de Provinciale Landschappen en Vogelbescherming zijn opgevraagd bij deze organisaties. Bij de Provinciale Landschappen worden per 2017 alleen donateurs geteld, terwijl in de jaren daarvoor ook de vaste kern vrijwilligers werd meegerekend.

Basistabel

Voor het CLO samengesteld.

Geografisch verdeling

Nederland als geheel.

Andere variabelen

Geen.

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks.

Opmerking

Betrouwbaarheid varieert tussen A t/m C bij de diverse organisaties

Betrouwbaarheidscodering

B. (Gemiddeld, voor de meeste organisaties is het een schatting waarvan de betrouwbaarheid verschillend is per organisatie)

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2021). Ledenaantal particuliere natuur- en milieuorganisaties, 1989 - 2019 (indicator 1281, versie 17 , 20 januari 2021 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.