Compendium voor de Leefomgeving
473 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Sustainable Development Goals

Biologische landbouw: arealen en veestapels, 2011-2018

In 2018 telt Nederland 58 duizend hectare biologische landbouwgrond. Dat is bijna 1700 hectare meer als het jaar ervoor. Daarmee wordt op 3,3 procent van het totale landbouwareaal biologisch geboerd. Van het biologische landbouwareaal is 20 procent akkerbouwgrond, 5 procent tuinbouwgrond, 5 procent groenvoedergewassen en 69 procent grasland.

Areaal biologische landbouwgrond neemt langzaam toe

Tussen 2011 en 2018 is het areaal biologische landbouw met 22 procent gegroeid van 47 naar 58 duizend hectare. De groei vindt vooral plaats in het areaal grasland (plus 23 procent) en tuinbouw open grond (plus 61 procent). In 2018 is het biologisch landbouwareaal 3 procent groter dan in het jaar ervoor. In 2018 bestaat het biologisch landbouwareaal voor 40 duizend hectare uit grasland, voor 12 duizend hectare uit akkerbouwgrond, voor 3 duizend hectare uit tuinbouw (open grond), uit 3 duizend hectare grond met groenvoedergewassen en 157 hectare tuinbouw (onder glas). Het betreft hier de areaalgroottes van zowel gecertificeerd biologische bedrijven als ook bedrijven die in omschakeling zijn.

Areaal per provincie

De provincies Flevoland (19 procent), Friesland (13 procent) en Gelderland (12 procent) hebben in 2018 het grootste aandeel in het totale areaal biologische landbouwgrond in Nederland. Het biologisch areaal is in mindere mate aanwezig in Limburg (2 procent), Zeeland (3 procent), Zuid-Holland en Utrecht (beide 5 procent). De andere vijf provincies dragen elk zo'n 6 à 10 procent bij.

Biologische veestapels

In 2018 zijn er op de landbouwbedrijven 77 duizend biologische runderen. Er worden 13 duizend biologische schapen en 55 duizend biologische geiten gehouden. De biologische varkensstapel omvat 97 duizend varkens en er worden 3,7 miljoen biologische kippen gehouden bij de landbouwbedrijven. Hiervan is het grootste deel leghennen (97 procent).

Certificering

Bij de biologische landbouw wordt geen gebruik gemaakt van kunstmest en chemische gewasbeschermingsmiddelen. Daarnaast zijn er voorschriften voor het gebruik van krachtvoer en diergeneesmiddelen en voor de mogelijkheid voor dieren om naar buiten te gaan. Een landbouwbedrijf mag pas de producten als biologisch verkopen als het een omschakelingsperiode van één tot twee jaar heeft ondergaan en aan de normen van een biologisch certificeringsinstantie heeft voldaan.

Biologische landbouw in andere Europese landen

In 2017 bedraagt het aandeel van de biologische landbouw in het totale Nederlandse landbouwareaal 3,1 procent. In vergelijking met andere Europese landen is de biologische landbouwsector in ons land klein. Het aandeel biologische landbouwgrond in het totale landelijke landbouwareaal was in 2016 flink groter in Oostenrijk (23,4 procent), Estland (19,6 procent), Zweden (19,2 procent), Italië (14,9 procent) en Tsjechië (14,1 procent) (Eurostat, 2019).

Referenties

Relevante informatie

  • Ook bij SKAL en Bionext is er veel informatie te vinden over biologische landbouw.

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Biologische landbouw: arealen en veestapels

Omschrijving

Ontwikkeling van het areaal en het aantal bedrijven in de biologische land- en tuinbouw, uitgesplitst naar verschillende kenmerken. Biologische land- en tuinbouwbedrijven passen (gedeeltelijk) een door Skal gecontroleerde biologische productiewijze toe en / of zijn (gedeeltelijk) in omschakeling naar een gecontroleerde biologische productiewijze. De gegevens omvatten het totaal van zowel gecertificeerde als in omschakeling zijnde biologische land- en tuinbouwbedrijven.

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)

Berekeningswijze

De uitkomsten over de arealen zijn samengesteld op basis van de Landbouwtelling van het CBS. De Landbouwtelling is een integrale enquête onder alle Nederlandse landbouwbedrijven met een economische omvang boven een drempelwaarde van 3000 euro Standaard Opbrengst. De peildatum van de telling is 15 mei (van het referentiejaar) voor de gewassen en 1 april (van het referentiejaar) voor de dieren en overige variabelen. Het artikel Landbouwtelling (CBS, 2010) geeft een korte beschrijving van de onderzoeksmethode.

Basistabel

StatLine: Landbouw; biologisch, fase omschakeling; 2011-2017 (CBS, 2018a).
StatLine: Landbouw; biologisch, gewassen, dieren, nationaal; 2011-2017 (CBS, 2018b).
StatLine: Biologische- en niet-biologische landbouwbedrijven; financiële gegevens (CBS, 2018c)
StatLine: Activiteiten van biologische landbouwbedrijven, regio (CBS, 2019).

Geografisch verdeling

Er zijn gegevens voor Nederland, landsdelen, provincies, en groepen van landbouwgebieden

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Opmerking

De hier gepresenteerde CBS-cijfers over de arealen biologische landbouw omvatten alleen de bij landbouwbedrijven aanwezige arealen (dus niet die van natuurbeheerders e.d.). Andere organisaties (Skal, Wageningen Economic Research (LEI), Eurostat) nemen deze gronden wel mee in hun areaalcijfers over biologische landbouw.

Betrouwbaarheidscodering

Integrale enquete.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2019). Biologische landbouw: arealen en veestapels, 2011-2018 (indicator 0011, versie 16 , 11 juni 2019 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.